Translate

zaterdag 26 juli 2008

Reisverslag IJsland

Op vrijdag 11 juli namen we het vliegtuig vanuit Eindhoven en 's avonds laat kwamen we toe in Keflavík.  Met de trein in Eindhoven geraken was al een avontuur op zich, want we moesten ineens een andere route nemen omdat er problemen waren op de route die we moesten volgen.  Nadat we in de luchthaven van Keflavík eindelijk geld uit de muur hadden kunnen halen (wat een file!), namen we toch maar de taxi naar het hostel in Njarðvík.  Het was immers al laat (het was ook nog een eindje wandelen) en de volgende ochtend moesten we al vroeg uit de veren.  We hadden in Reykjavík immers een whale spotting tour  geboekt.

En vroeg was het inderdaad.  Pijnlijk vroeg!  Ons plan was te voet naar de luchthaven te gaan (ca. 6km) en daar de bus naar de haven van Reykjavík te nemen, maar gelukkig was er een vrouw die ons met de auto wel wilde brengen naar de luchthaven.  Gelukkig maar, want anders was het toch nipt geweest om de bus te halen.  We waren wel verschoten van de lengte (of het gebrek daaraan) van de broek van die vrouw.  De whale spotting tour was wel leuk en we hebben wel wat walvissen en papegaaiduikers gezien, maar het was wel erg koud en een pilletje tegen zeeziekte was geen overbodige luxe.  Dat het slecht weer was kan je zien op de foto: een zicht over Reyjavík vanop de boot.

Zicht op Reykjavik (Hallgrímskirkja).

Na de boottocht namen we de bus naar Skógar, waar we de volgende dag (zondag 13 juli) zouden beginnen aan de (uitgebreide versie van de) Laugavegur.  De meeste trekkers doen de vierdaagse trektocht vanuit Landmannalaugar naar het zuiden, naar Þorsmörk, maar wij wilden de andere kant op en er nog twee dagen aanbreien.

Slecht weer in Skógar.

Toen we die zaterdag wakker werden, was het erg slecht weer.  Onze poncho's konden dus al meteen dienst doen, zoals je ziet op de foto.  Na een ontbijt van havermout konden we vertrekken.  De wandeling begon al op de camping, aan de voet van een prachtige waterval, de Skógafoss.  Steil naar omhoog gingen we en onze rugzakken wogen zwaar op onze schouders.  Het zou een zware dag worden: we moesten zowat 1000m klimmen en dat in de gietende regen.  Ik begon al te vrezen voor een scenario als in Schotland, waar al onze spullen zo nat werden dat we onze trektocht niet konden afwerken.  Zo erg was het gelukkig niet!  De weg tot de hut op de Fimmvörðuháls-pas leidde ons langs prachtige watervallen.

De waterval van Skógar.

Gelukkig konden we in de hut al onze spullen te drogen hangen en ons een lekker avondmaaltje prepareren om een beetje te bekomen.  Jammer genoeg kwam er - op het moment dat wij lekker in bedje wilden kruipen - een bende Britse boerenpummels binnen, die het kot op stelten zetten.   Maar ja, als je geen zware spullen (tent, eten,...) moet dragen de hele dag, heb je 's avonds nog energie over.

De volgende dag moesten we helaas vaststellen dat het fototoestel van Wim kapotgeregend was en dat mijn batterij last had van het vocht en de kou, dus van de 2e dag van onze trektocht (maandag 14 juli) hebben we helaas geen foto's.  Gelukkig was het nu wel veel beter weer.  Heel even hadden we een beetje regen, maar dat was gelukkig van korte duur.  En zo kwamen we dus na een fijne dag aan in Þorsmörk, het officiële einde/begin van de Laugavegur.

Zicht op de Laugavegur.

De volgende dagen wandelden we nog tot in Emstrur/Botnar (dinsdag 15 juli), Álftavatn (woensdag 16 juli) en Hraftinnusker (donderdag 17 juli).  Het landschap werd er steeds vreemder en indrukwekkender op.  We waren blij dat we de trektocht in deze (zwaardere) richting deden, want het werd steeds prachtiger.

Af en toe moesten we een rivier doorwaden (lees: schoenen uit, kousen uit, broek uit, waterschoentjes aan en stevig doorstappen om niet te veel last te hebben van het koude water) en ondanks dat er op sommige plaatsen een stevige stroming stond, was ik toch blij dat wij er te voet door konden en er niet met een jeep moesten doorrijden, want dat lijkt me pas een onderneming.  De waarschuwingsborden op de oevers zeggen genoeg...

Rivieren oversteken met de jeep: een hele onderneming!

Hoewel de legendes vertellen dat het in de buurt van Emstrur/Botnar spookt, beviel deze camping ons, want we zaten met ons tentje op een klein eilandje tussen riviertjes en dat vonden we wel charmant.

In Álftavatn kampeerden we dan weer langs een meer, maar ook weer niet te dichtbij, want daar krioelde het van de muggen.  We zagen daar wel  IJslandse paarden met hun speciale manier van lopen.

In Hraftinnusker plantten we ons tentje neer op een helling, waarop lage muurtjes waren gebouwd, waartussen iedereen zijn tentje zette.  Het was nodig ook, want er stond een stevige wind en enige bescherming was meer dan welkom.  In de buurt waren ijsgrotten en we waren nog aan het twijfelen of we nog even tot daar zouden wandelen (maar we waren moe), toen we in de hut lazen dat ze die zomer waren ingestort.  Jammer natuurlijk, al waren we ook wel een beetje blij dat we nu niet meer tot daar hoefden te wandelen.

Onze tent in de mooie natuur (Hraftinnusker).

De laatste dag van onze trektocht, vrijdag 18 juli, bracht ons tot in Landmannalaugar.  Aan het begin van de Laugavegur dachten we nog dat we daar misschien ontvangst zouden hebben en een berichtje naar huis zouden kunnen sturen, maar die hoop was onderweg al verdwenen.  En inderdaad, Landmannalaugar was ook niet veel meer dan een camping, al klinkt dat wat oneerbiedig.  Er stond daar ook een oude bus, omgebouwd tot een winkeltje, waar ze heel lekkere chocolade en snickers hadden.  De prijs was van geen belang.  En dan hebben we het nog niet over de warmwaterbronnen gehad: heerlijk, dat warme water om al het vuil van ons lijf te laten weken.  Na zes dagen trekken hadden we dat wel verdiend...

De bus op weg naar Landmannalaugar.

De volgende dag wandelden we daar wat in de buurt rond en in de namiddag namen we de bus naar Skaftafell, goed voor een busrit van ongeveer vijf uur.  De bussen daar zijn niet te vergelijken de de bussen van De Lijn bij ons.  Ze zijn verhoogd en versterkt, en daar is reden toe!  Alleen al om de camping te verlaten, moesten we door een rivier rijden (de normaalste zaak van de wereld in IJsland; zie foto) en de staat van de weg (vooral het stuk tot de ringweg) zorgde ervoor dat we goed dooreen geschud werden.

Een tussenstop onderweg in Eldgja, zorgde voor een onverwachte verrassing.  Iedereen stapte uit en liep dezelfde kant op, dus wij volgden maar (er moest daar dan toch iets te zien zijn).  Een prachtige waterval!

De waterval in Eldgja.

's Avonds kwamen we toe in Skaftafell, waar we een paar dagen verbleven in een nationaal park aan een gletsjertong van de Vatnajökul.

Zondag 20 juli hadden we ingecalculeerd als reservedag, maar aangezien alles volgens planning was verlopen, hadden we de kans om wat rond te wandelen in het nationaal park.  Hieronder vind je een foto van de Svartifoss, een mooie waterval met basaltzuilen.  Aangezien er zoveel over geschreven wordt in reisgidsen, had ik een grote waterval verwacht, maar dat was helemaal niet het geval, maar toch ging er iets speciaals uit van dit natuurwonder.

De Svartifoss waterval.

We wandelden nog een aantal uren rond in het park, omdat we graag dicht bij de gletsjertong wilden komen, maar aangezien het weer begon om te slaan, keerden we toch vroegtijdig terug naar de camping.

De gletsjertong in Skaftafell.

Op maandag (21 juli) namen we de bus naar Jökulsárlón, waar een gletjertong uitmondt in een meer dat rechtstreeks in verbinding staat met de zee.  Het was daar verschrikkelijk slecht weer, maar we maakten toch een mooie wandeling langs het meer.  Een reisboek had ons gewaarschuwd voor roofmeeuwen en dus maakten we een grote boog rond grote, gevaarlijk uitziende vogels.  Helaas, we vergisten ons: de roofmeeuwen bleken eigenlijk helemaal niet zo groot te zijn, maar ze konden wel behoorlijk vervelende aanvallen uitvoeren, maar gelukkig konden we ze verjagen.

Het gletsjermeer van Jökulsárlón. 

Voor de volgende dag hadden we een gletsjertocht geboekt.  Toen we daar aankwamen kregen we een helm, crampons, een houweel,... in onze handen geduwd en we vreesden voor het ergste.  Maar zoals je ziet op de foto's was het echt heel tof!

Klaar voor de gletsjertocht.

Klaar voor de gletsjertocht.

Sara in haar nopjes tijdens de gletsjertocht.

Op woensdag 23 juli zaten we urenlang op de bus, al was dat - door het prachtige landschap - niet zo vervelend als het klinkt.  Die bus bracht ons naar Reykjavík, waar we de dag nadien zouden vertrekken voor een toeristische toer.  Ik zou het bijna drive-in-toerisme durven noemen.

De eerste "attractie" was Gulfoss, een prachtige waterval.  Daarna reden we door naar Geysir, waar de prachtigste geisers hun kunsten toonden.

Gulfoss.

Een aantal van deze geisers werkt al een tijd niet meer, maar blijkbaar was het vroeger de gewoonte om - als er hoogstaand bezoek kwam - 40kg waspoeder in zo'n geiser te storten om zo alsnog een uitbarsting teweeg te brengen.  Gelukkig doen ze dat nu niet meer.

Alvorens zo'n geiser begint te spuiten, begint het water op en neer te gaan en komt er uiteindelijk een "koepel" water, van waaruit een krachtige waterstraal naar boven spuit.  Die "koepel" is moeilijk te fotograferen, maar bij de eerste keer had Wim al een mooie foto getrokken, die je hieronder ziet.

De Strokkur net voor de uitbarsting.

Ik moet zeggen, zo'n massa mensen is na een hele week trekken met z'n tweetjes een hele aanpassing.

We gingen ook nog naar Thingvellir, de zogenaamde bakermat van de IJslandse democratie.  Daarna bracht de bus ons naar Reykjavík, waar we de laatste nacht doorbrachten.  Aangezien we onszelf nog eens wilden verwennen (en we ook proper naar huis wilden gaan), trakteerden we ons op vrijdag nog op een toertje naar de Blue Lagoon. Dat warme water deed enorm deugd.

De Blue Lagoon.

En zo keerden we terug naar huis, na een heerlijke vakantie in IJsland, allebei met enorm veel zin in frietjes.  Moemoe en vava kwamen ons halen op de luchthaven van Eindhoven, maar we waren jammer genoeg te laat in Bambrugge om nog naar een frietkot te kunnen gaan.  Maar die verse frietjes die moemoe ons (na middernacht) nog maakte, waren minstens even lekker.

Bekijk de foto's uit IJsland: