Translate

zondag 31 oktober 2010

Cuzco

Gelukkig hadden we 12 uur om te slapen, want we werden nogal gestoord. Eerst was er een of ander concert op de Plaza de Armas en aangezien ons hotel nogal dicht bij lag, konden we de muziek dus horen. Later begon het (hard?) te regenen en konden we de regen heel goed horen. Rond 1 uur was er dan een bende Spaanstaligen die nogal veel lawaai maakte in de buurt van onze kamer.

Optocht in Cuzco.

Toen we opstonden, dachten we dat het intussen zomertijd was geworden in Peru, maar blijkbaar doen ze in Peru niet mee met de zomertijd en was het dus nog maar 8 uur in plaats van 9 uur. Toen we na het ontbijt nog wat gingen winkelen, zagen we dat er een grote optocht bezig was op de plaza de Armas : militairen, politie, vlaggen die werden opgetrokken, fanfare en heel veel groepen van mensen (van een school) en iedereen die op de maat van de muziek marcheerde (of dat toch probeerde). Leuk om eens mee te maken. Nadat we genoeg hadden gezien van de optocht, kochten we een panfluit, wat souveniertjes en 2 boeken. We gingen tamelijk vroeg eten (forel en pasta, met natuurlijk een Pisco Sour).

In de namiddag trokken we te voet naar Sacsayhuaman, door smalle, (heel) steile straatjes. In 30 minuutjes stonden we boven (ook al is de geschatte tijd volgens The Rough Guide 40 minuten). Het toegangsticket was enorm duur, maar we kregen wel een indrukwekkende Inka-ruïne te zien : Enorm hoge muren, gemaakt van enorm grote, perfect in elkaar passende stenen. Het is echt wel enorm groot en we konden dus wel een tijdje genieten. We hadden daar ook een prachtig uitzicht over Cuzco. Nadat we alles hadden gezien, gingen we nog naar een enorm groot Christusbeeld kijken in de buurt.

Sacsayhuaman.
Daarna stapten we nog naar Qenko, een andere Inka-ruïne. Deze is veel minder indrukwekkend, maar zeker en vast de moeite waard! Het is eigenlijk een heel grote rots, maar je kan binnenstappen in verschillende kleine gangetjes, waar hier en daar perfecte 'tafels' waren uitgekapt. Via een steil weggetje keerden we terug naar ons hotel.

Qenko.

Om 18 uur vertrokken we om iets te gaan eten en we trokken onze ogen nogal open. Overal liepen kinderen die verkleed waren... Het was Halloween en dat wordt duidelijk serieus gevierd in Cuzco. We vonden een gezellige pizzeria, met een witte oven in de vorm van een kerkje.

Om 19 uur kregen we in het reisbureau meer uitleg over de Inka-trail (vertrek om 6u20) en onze trip in de jungle (vertrek om 5u). Na een douche kropen we vroeg in bed.
 

zaterdag 30 oktober 2010

Cuzco

Buiten een nachtelijke controle om 1u30 - meer schijnvertoning dan iets anders - hadden we een rustige busrit en konden we zelfs wat slapen.  We kregen geen kussentje of dekentje, maar gelukkig had ik nog het dekentje van American Airlines, waar we ons onder konden nestelen.

Om 4u ging het licht onherroepelijk aan, toen we in Cuzco aankwamen,  Het was nog pikdonker en veel te vroeg om naar de stad af te zakken.  We zetten ons dan maar in de wachtzaal, waar alle maatschappijen hun bustickets trachten te verkopen.  Ze verkopen die bustickets zoals ze bij ons prei verkopen op de markt.  Vrouwen met de meest irritante stemmen roepen een waslijst van bestemmingen af, en het gaat over en weer.

Zicht op de Plaza de Armas.

Van zodra de zon op was en het licht begon te worden, trokken we met onze rugzak in de richting van de Plaza de Armas.  Enorm veel taxichauffeurs probeerden ons ervan te overtuigen dat wandelen geen goed plan was, maar wij hadden liever dat ze ons gerust lieten met hun getoeter.
Iets na 6u kwamen we toe in het hostel, al waren we eerst nog verzeild geraakt in een minder propere buurt van de stad.  Op zo'n vroeg tijdstip en als je zo moe bent, kan je daar al minder mee lachen.

Onze kamer was jammer genoeg nog bezet, dus trokken we de stad in voor een lekker ontbijtje (het was al van gisterenmiddag geleden dat we nog gegeten hadden) en daarna probeerden we onszelf wakker te houden met de idiootste artikels uit de "boekskes" eerst.

De straten van Cuzco.

Na een coca-theetje konden we rond 9u30 onze kamer in.  We namen een douche (het was moeilijk om het water warm te krijgen) en kropen we nog anderhalf uur in bedje.  Daarna stonden we met veel moeite op en verwenden we onszelf met een lekkere maaltijd op de Plaza de Armas.

Aangesterkt door het eten slenterden we nog doelloos rond in Cuzco (al kochten we ons een lekker zachte trui), maar het werd steeds moeilijker om wakker te blijven.  Onderweg naar het hostel vroegen ze zelfs of we geen cocaïne nodig hadden.  Toegegeven, we zagen er belabberd uit en het leek er ongetwijfeld op dat we een verzetje nodig hadden.

We hebben nog een tijdje puzzels (zelfs een doorloper) zitten oplossen, maar tegen 20u hielden we het toch voor bekeken.

vrijdag 29 oktober 2010

La Paz - Cuzco

We mochten opnieuw vroeg uit ons bedje, want tussen 7u en 7u20 zou de bus ons komen ophalen. Om de een of de andere reden konden we het tweede deel van de nacht (vanaf 3 uur) niet meer goed slapen. Rond 7u15 kwam de bus ons ophalen en reed toen nog een eind door La Paz, om andere toeristen op te halen. Daarna stopte de bus aan de busterminal, waar er nog een heleboel mensen opstapten. Uiteindelijk vertrokken we om 8u15. We moesten opnieuw, net als gisteren en net als bij het vertrek van de trektocht in de Cordillera Real, door het veel te drukke El Alto.

Lago Titicaca.

Het was een lange rit, soms met mooie uitzichten op de Andes en na een tijdje ook op het Titicaca-meer. We kwamen tamelijk veel herdersvrouwtjes tegen langs de kant van de weg.

Rond 11 uur moesten we allemaal van de bus stappen en overstappen op een bootje, de bus werd met een grotere boot overgezet. Om 12 uur kwamen we dan eindelijk aan in Copacabana. Daar werden we opgewacht door iemand van het reisbureau die ons naar het restaurant bracht. Daar aten we (voor de derde dag op rij) dé specialiteit in de buurt van het Titicaca-meer : forel! Na het eten hadden we nog eventjes de tijd om het kerkje (één van de belangrijkste bedevaartsoorden van Zuid-Amerika) te bezoeken.

De bus wordt overgezet.

Om 13u30 vertrok onze boot naar Isla del Sol. Wij zaten boven op het dek, waar het nogal koud was, want het was volledig bewolkt. Ook al ligt Isla del Sol maar 15 kilometer van Copacabana, toch deed de boot er 1u30 over. In de buurt van Isla del Sol zagen we de toppen van de Andes, heel mooi!

Isla del Sol.

Op Isla del Sol moesten we eerst 250 Inca-trappen opwandelen om tot bij de bron van de eeuwige jeugd te raken. Toen we boven waren, merkten we dat de gids een heel stuk achter zat. Daarna klommen we nog een beetje hoger, waar we een mooi uitzicht hadden op Isla de la Luna, waar vroeger alleen vrouwen woonden. Op de terugweg stopten we nog bij de tempel van de zon, waar de drie hoogste bergen het begin van de seizoenen aanduiden met behulp van een poort.

Zonsondergang bij het Titicaca meer.

Tijdens het terugkeren kwam de zon er iets meer door, wat voor een mooi lichtspel op het water zorgde. In Copacabana namen we om 18u30 de bus naar Puno. We zaten al zeer snel aan de grens met Peru. De overgang verliep zeer vlot. Net voor de grens zagen we een heel mooie zonsondergang boven het Titicaca-meer. We sliepen wat op de bus en om 20u30 kwamen we (30 minuten te laat) aan in Puno.

Het was verschrikkelijk druk in het busstation, maar uiteindelijk konden we toch een bus naar Cuzco boeken met Tour Peru. Om 22u30 zaten we in de luxebus en konden we vertrekken naar Cuzco. 

donderdag 28 oktober 2010

Uitstap naar Tiwanaku

Het probleem van vannacht was niet meer dat de grond te hard was, of de wind te fel woei, maar dat iedere positie zo zalig goed lag ("l'embarras du choix").

In elk geval stonden we om 8u op de stoep en werden we even later opgepikt door een camionette, die ons naar Tiwanaku zou brengen.  Het viel ons al snel op dat één van onze medereizigers de hele tijd filmpjes zat te maken met zijn fototoestel, van de idiootste dingen eerst.  En het zou nog erger worden ter plaatse: hij zou de mensen van hun sokken lopen om toch maar te kunnen filmen, ook al was dat soms expliciet verboden.  We konden dus maar moeilijk ons gegniffel onderdrukken, toen zijn batterij het stilaan begon te begeven.

Tiwanaku.

Het eerste object dat we te zien kregen, was een enorme monoliet (8m hoog): een afbeelding van een figuur, die wederkerigheid symboliseerde.  Onze gids vertelde dat je dat kon zien aan de "verkeerde" rechterhand (of had die figuur twee linkerhanden?).  Er waren ook nog allerlei inkervingen gemaakt, waarvan misschien een te westerse interpretatie werd gegeven.  Dat de zonnewenden en solstitiën werden aangeduid, daar konden we nog inkomen, maar dat zo'n oude beschaving met 12 maanden en 365 dagen én schrikkeljaren werkte...

De zonnepoort in Tiwanaku.

Daarna passerden we langs het museum voor keramiek, waar sommige stukken nogal krukkig stonden opgesteld op etagères uit isomo.  Vervolgens gingen we naar de Akapana-piramide, die we vlotjes opkropen, maar waar verder niet veel aan te zien was.  Spectaculairder was het Kalasasaya-complex, een ommuurde tempel, waar belangrijke astronomische tijdstippen konden worden afgelezen bij een mooi versierde zonnepoort.  Er stond daar ook nog een vrij intacte en mooie monoliet, gemaakt uit vulkanisch gesteente.

Na de lunch (waarbij de Columbiaan ongegeneerd het eten opat van andere mensen) trokken we nog snel naar Puma Punku, even verderop, waar enorm zware stukken steen (soms gepolijst) lagen.  De gids was hier nogal gehaast en al snel zaten we terug op het busje naar La Paz.

Onderweg stopten we nog even om foto's te maken van de stad.  De vallei en de omringende hellingen zijn volledig volgebouwd en in de verte zie je de besneeuwde bergtoppen.  Een verzicht vol contrasten, waarvan het moeilijk is om te zeggen of het mooi of lelijk is.

De bergen in de omgeving van La Paz.

Terug in onze kamer, namen we de tijd om onze kaartjes te schrijven.  We pikten onze was op en stuurden nog een mailtje, vooraleer we gingen eten.  Dat was niet echt een succes, want de lasagne was koud vanbinnen en de muziek was een ramp: te opzwepend om te eten, te vals en bovendien viel ze constant uit.  Ik was blij dat we daar weg waren.  Na een deugddoende douche, kropen we in bedje.

woensdag 27 oktober 2010

Huayna Potosi - La Paz

Rond 2u15 slopen we uit onze tent, voorbij de gids, uit het huisje naar buiten om de toiletten te bezoeken. Het was duidelijk al een paar dagen na volle maan, want we zagen een heel mooie sterrenhemel, met de Magelhaense wolken en nog wat andere neveltjes.

We zouden ontbijten om 7u30, maar om 6u50 riep Ramiro ons al wakker. We hadden iets beter geslapen in de tent in het huis, maar toch nog altijd niet echt goed. Het was wel een heel stuk warmer, maar de grond was nog niet zacht genoeg.

Prachtige omgeving bij onze slaapplaats.

Toen we opstonden, was de lucht super-blauw. Het bijna-onweer van gisteren was dus heel ver weg. Om 8 uur vertrokken we voor het laatste deel van onze trektocht, een tocht van 2 uur, volgens Ramiro toch. Het eerste deel was een zware beklimming op de flanken van Huayna Potosi. Het was dus nogal zwaar, maar we zagen wel steeds nieuwe, mooie uitzichten van Huayna Potosi.

Genieten van de Huayna Potosi.

Na een dik uurtje waren we boven op de pas van 5050 meter en konden we beginnen aan de afdaling, volgens ons dus nog 50 minuutjes. Helaas bleven we maar afdalen, soms moesten we opnieuw een beetje stijgen. Ramiro begon ook steeds meer om te kijken en trager te stappen. We dachten dat hij niet meer wist waar hij was. Maar uiteindelijk, om 10 uur 45 kwamen we aan op een plaatsje waar ook onze rugzakken stonden, deze keer afgeleverd door moto's in plaats van ezeltjes.

Genieten van de mooie natuur en van elkaar.

Dit diertje had zich verschanst onder een steen.
Na een snelle hap, vertrokken we rond 11u30 naar La Paz. Ook al was het maar 20 kilometer tot La Paz, toch duurde het heel lang voor we er waren. Uiteindelijk kwamen we in El Alto, de armere buurt van La Paz. Het ziet er inderdaad nogal arm uit en de huisjes zijn niet van de mooiste, maar al bij al lijken de mensen heel gelukkig. Op veel plaatsen lag de weg opgebroken en waren ze aan het werken. Na een tijdje kwamen we aan bij het huis van Ramiro. Daar stonden zijn vrouw en zoontje hem op te wachten. Hij gooide zijn spullen uit de auto en reed verder met ons tot in La Paz. In La Paz boekten we hetzelfde hotel dat we voor de trektocht hadden, gingen we water bijvullen (want we hadden wat te weinig water mee), zochten het kantoor van American Airlines (om onze terugvluchten te bevestigen), kochten we Boliviaanse armbandjes en vonden we zelfs de post. We namen een heerlijke, deugddoende douche en bekeken onze post op internet.

's Avonds dronken we een lekkere Pisco Sour en aten we een heerlijke forel op Indische wijze. We kropen vlug in bedje.

dinsdag 26 oktober 2010

Condoriri - Huayna Potosi

Er was erg veel wind vannacht en het leek er soms op dat we met tent en al zouden wegvliegen.  Ik meende twee keer voetstappen te horen van iemand die onze tent daarvan weerhield; of misschien zat er een lama aan onze tent te knabbelen, al zag ze er 's morgens nog gaaf uit.

We moesten er een uurtje vroeger uit en normaal gezien zouden we samen met een andere groep (twee Belgen en twee Nederlanders) wandelen, maar er was een probleempje met hoogteziekte en gebrek aan slaap wegens de kou (al was het door de bewolking een "warmere" nacht geweest), dus wij vertrokken alleen met Ramiro.

Toen we opstonden, lag er een fijn wit laagje op de grond.  We dachten toen nog aan aangevroren dauw. maar na een tijdje wandelen, begon het te sneeuwen (en nog fel ook).  In de sneeuw overwonnen we de eerste piek van de dag van 5000m.  Een pet was voldoende, maar onze handen hadden wel de wollen handschoenen nodig.  De klim ging heel vlot (zelfs zonder pauze) en voor we het wisten, waren we alweer aan het afdalen. We kwamen in een brede, groene en erg zompige vallei.  Het stopte toen ook met sneeuwen en we kregen een beter zicht op de bergen om ons heen.

Op weg.

Daarna was er een klein klimmetje en nog eentje tot rond de 5000m.  Daar kregen we het beginpunt van de trektocht, de lagune van Tuni, terug in het zicht.

Vlak voor de middag was er nog een gemene afdaling naar de goudmijnen en tegen dan waren we zo uitgehongerd dat we allebei ons bordje pasta met lama braafjes leegaten.  Met de porties die onze gids prepareert, is dat een hele prestatie.

Oude huisje bij de goudmijn.

Na het eten trokken we door een vlakte, die bezaaid lag met beenderen van lama's, koeien,...  De anatoom in mij (doorgaans goed verstopt) kwam helemaal naar boven.  "Kijk, schatti, hier een kaakbeen, oh en daar wat wervels."

Na een klein klimmetje liep de trektocht over vlakkere paadjes.  We kwamen nog langs een oud mijnwerkersdorpje, dat er nu verlaten bij lag.  We bereikten uiteindelijk een 5-tal kleine huisjes, die door trekkers worden gebruikt.  Het duurde een tijdje eer onze rugzakken per ezel toekwamen.  In de verte was er al een lelijk onweer op komst, dus we hadden toch maar beslist om onze tent in zo'n huisje op te stellen.

Nog voor de ezeltjes, kwamen de twee Belgen van vanmorgen toe.  Blijkbaar was de Nederlandse man doodziek en waren ze naar Tuni teruggekeerd.  De Nederlanders hadden zich naar La Paz laten voeren en de Belgen waren tussendoor naar het eindpunt gekomen.

Het prachtige uitzicht bij onze slaapplaats.

We stelden onze tent op in het kleinste huisje (met rieten dak, want regen op golfplaten maakt te veel geluid) en onze gids begon te koken.  Wij waren ondertussen al volledig geïnstalleerd in onze tent.  Wat een vlakke vloer, zonder stenen die op verkeerde plaatsen door ons matje komen piepen.

Na een copieuse maaltijd (die we alweer niet opkregen), kropen we in onze slaapzak.  Deze keer met iets minder lagen.

maandag 25 oktober 2010

Condoriri

We waren al wat voorbereid op de koude temperaturen 's nachts, dus hadden we extra laagjes klaarliggen. Toen onze voetjes opnieuw koud kregen, openden we een pakje handverwarmers en daarmee konden we onze voetjes toch bijna gans de nacht warm houden. Op een gegeven moment vroeg Sara waar haar lama was gebleven. Toen ik nog eens vroeg of ze haar lama echt wel kwijt was, antwoordde ze 'ja ja' en ben ik maar in de slaapzak gaan zoeken naar haar voetverwarmer.

Rond 8 uur kropen we uit bedje, maakten onze rugzakken klaar en kregen ons ontbijt. Daarna begonnen we aan onze klim naar een pas van 5100 meter en bleek dat we vandaag een trip rond onze kampeerplaats zouden maken en dus onze bagage helemaal niet moesten inpakken.

Aan het meer.

We begonnen onmiddellijk te stijgen en onze tentjes werden kleiner en kleiner. We kregen een steeds mooier zicht op de Condoriri en de andere bergen. Op deze hoogte voel je direct aan je adem dat je aan het klimmen bent. Op een gegeven moment zagen we zelfs geen lama's meer, hoewel er toch nog steeds hapklare stukjes gras stonden. We zagen ook meer en meer meertjes in de diepte liggen.

Op weg naar de top.

Op een gegeven moment dachten we echt dat we bijna boven waren, maar toen begonnen we pas echt te klimmen. De paadjes waren soms steil en soms heel erg steil. Toen er echt niets meer groeide, kwamen we op een steil pad, met een heleboel stenen. Tussen de stenen zag Ramiro een vizcacha zitten. Toen we wat lawaai maakten (door een steen te werpen), zagen we wel 6 vizcacha's weghuppelen.

Bijna aan de top.

Toen we eindelijk boven op de pas van 5100 meter stonden, hadden we een prachtig uitzicht op de gletsjers van de Condoriri. In plaats van af te dalen, zoals in het programma stond, gingen we nog een stuk hoger. De grond werd hier en daar nat en we zagen meer en meer sneeuw. Toen we uiteindelijk boven op de top van de berg kwamen, hadden we een schitterend uitzicht. We zagen een mooi meer diep onder ons en Lago Titicaca heel ver weg. Ook dit was voor Ramiro nog niet genoeg en we zochten ons een weg naar de echte top van de berg waarvan we de naam niet kennen. Uiteindelijk kwamen we boven (5350 meter!) en het uitzicht was daar nog mooier! We genoten van het uitzicht, aten ons middageten en namen wat fotootjes.

Eindelijk boven!

Het uitzicht op de top.

De afdaling verliep veel sneller. We konden nog genieten van het mooie uitzicht, zagen meer en meer lama's en we konden ook de mooie kleurvermenging van het gletsjerwater in een meertje zien. Uiteindelijk waren we na 5 uur (om 13u45) al terug bij de tent. Daar hielden we het opnieuw kalm, wasten we onze voetjes, armpjes en gezichtje en kropen we in de tent. Na een tijdje kregen we bezoek van de eigenaar van dit stuk land en moesten we ons registreren (en 20 bolivianos, een kleine 3 dollar betalen). Iets later begon het waarempel te regenen, zeker 30 minuten. Dat was al genoeg om onze tent nat te maken.

Daarna kregen we opnieuw een thee en werd het tijd voor fysica in de tent. We probeerden uit te rekenen op welke temperatuur water kookt op deze hoogte (4650 meter). Al snel wisten we via de gps (luchtdruk = 580 hPa) en de algemene gaswet (pV=nRT) dat dat bij 57 graden moest zijn. Toen we in de tent lagen, zagen we lichtflitsen, waarschijnlijk bliksems in de verte.

zondag 24 oktober 2010

Tuni - Condoriri

Even voor 8u ging de wekker en we waren blij dat het zonnetje op onze tent scheen.  Zo konden we eindelijk onze voeten terug opwarmen.  We hadden tijdens de nacht steeds meer lagen aangetrokken: thermisch ondergoed, dikke pyjama, alpakasokken, nog een extra paar sokken, lopersbroek, lopersjasje, muts,...  Maar ondanks al die lagen, bleven onze voeten koud, en de grond hard.  En toen begonnen mijn darmen alweer te borrelen.

Toen we kort na zonsopgang even uit de tent kropen voor een sanitaire stop, merkten we dat de lama's, die gisteren in stilte waren bijeengedreven, terug stilaan het wijdse landschap introkken.

Het mooie berglandschap bij het begin van de wandeling.

Na een karig ontbijt (we hadden niet veel honger), werden de tenten afgebroken em vertrokken we voor onze trektocht.  De tenten en onze zware rugzakken werden klaargelegd voor de ezeltjes, die zouden nakomen.  Zelf hadden we niet meer te dragen dan een lichte rugzak en een wandelstok.  We klommen uit het dorpje omhoog, kruisten een horde lama's en kregen de lagune van Tuni weer in het zicht.  We stapten er in een rustig tempo in een wijde boog omheen en op de duur verdween het einddoel van vandaag, de Condoriri-berg, uit het gezichtsveld.

We kwamen langs beekjes met hier en daar een groepje huizen en zagen veel lama's, ezels en schaapjes, en zelfs enkele hagedisjes.  Af en toe ging het behoorlijk bergop en moesten we bekomen en drinken als het weer wat platter werd, maar binnen de 3u stonden we op de plaats, waar we de tent zouden opstellen.  Marco had gesproken over 3-4u, onze gids zelfs over 5u, dus we hebben het helemaal niet slecht gedaan.

De Cordillera Real.

Bij aankomst maakte de gids ons pasta met groentjes en tonijn, en even later kwam er een Boliviaanse vrouw met twee ezeltjes, die onze spullen droegen.  Na het eten waren ze weer weg.

Een lama bij de tent.

In de namiddag hielden we ons rustig in de tent, sliepen wat en losten wat puzzels op.  Na een copieuse maaltijd, kropen we voor 19u de tent in.

zaterdag 23 oktober 2010

La Paz - Tuni

Vandaag begonnen we aan onze trektocht door de Cordillera Real. Hoewel, eigenlijk reden we gewoon naar Tuni, waar we een rustige dag hadden. Vanaf morgen begint de trektocht echt.

Om 8 uur ging de wekker. Na een douche (de laatste voor een paar dagen) en een ontbijt stond de gids ons exact om 9 uur op te wachten. We stegen en stegen steeds hoger, naar El Alto. La Paz is echt een heel rare stad. Langs alle kanten is La Paz omringd door bergen en die zijn allemaal volgebouwd met huisjes. Tijdens de rit gebruikten we af en toe 3 rijvakken, terwijl er maar 1 voorzien was. Af en toe konden we een glimp opvangen van de besneeuwde bergtoppen van de Cordillera Real.

La Paz en de bergen er rond.

Rond 11 uur kwamen we aan in Tuni, een dorpje van 14 inwoners waar we zouden overnachten. Een mooie omgeving, met veel groen, een beekje en besneeuwde bergen: Echt wel de moeite! We gingen een klein wandelingetje maken... Als het omhoog gaat, dan voelen we het wel dat we op 4448m zitten!


Aankomst in Tuni.

Om 12 uur konden we boterhammetjes eten. Na het eten hebben we de tent opgezet (wat was dat ingewikkeld!) en hebben we wat gerust.
Later zijn we rustig de nabijgelegen heuvel opgewandeld, waar we een mooi zicht hadden op Laguna Tuni en de besneeuwde bergtoppen. Heel mooi en totaal anders dan de voorbije dagen! Op deze hoogte voel je wel direct dat je aan het klimmen bent. Tijdens deze wandeling probeerden we de wandelstokken uit. Lijkt ons vooral handig om in kadans te blijven.

Uitzicht op Tuni.

Later hielden we ons nog wat bezig met het invullen van kruiswoordraadsels.

Naar de avond toe kregen we warm water, poedermelk, chocomelk, confituur en broodjes. Wij waren dus een lekker tasje chocomelk aan het drinken en broodjes aan het eten, toen we merkten dat onze gids nog aan het koken was. Iets later kregen we nog een lekker champignonsoepje en daarna een reuze schotel met lama-vlees, tomaten, komkommer en pasta. Lekker, maar veel te veel!
Rond 19 uur werd het donker en kropen we in de tent in onze slaapzak. Ook de massa's lama's, schapen, kippen, honden, ezels en koeien kropen op dat moment in bedje.

vrijdag 22 oktober 2010

La Paz

Het was nogal een ferme busrit vannacht.  Tijdens de eerste 150 km werden we enorm door elkaar geschud.  De bus hobbelde met een behoorlijke snelheid over een aarden paadje, stopte zo nu en dan bruusk om een grote hobbel te overwinnen en trok dan weer enorm op.  We hebben al bij al nog goed geslapen, maar 's morgens vonden we wel ons flesje water niet meer terug (maar wij waren niet de enigen met dat probleem).

La Paz.

Gelukkig lijkt er - dankzij het triumviraat immodium, buscopan en diamox - stilaan een einde te komen aan de interne strijd die zich de laatste dagen in mijn spijsverteringskanaal heeft afgespeeld.  Dat werd hoog tijd, want ik was aanzienlijk verzwakt.

Het was rond 6u30 toen Dagmar, Wim en ik in La Paz toekwamen.  Ik voelde me al meteen overrompeld door de drukte; dat overkomt me wel vaker als ik enkele dagen in de natuur heb gezeten.  We waren nog niet uit de busterminal vertrokken of het viel ons al op dat bedelen erg courant gebeurt in La Paz (i.t.t. op de andere plaatsen waar we tot nu toe zijn geweest).  Oude, verrimpelde vrouwtjes, traditioneel gekleed, komen bij je staan met hun handje open en prevelen iets onverstaanbaars.

Winkelstraatje in La Paz.

We baanden ons een weg door het drukke verkeer en kwamen terecht in het toeristische stuk van de stad, dat er toen nog rustig bij lag.  We zochten ons een rustig hostel uit met een zacht bed en een goede douche.

We stonden lekker lang onder een zalig warme douche en wreven ons droog met de zachte handdoeken, alvorens we nog twee uurtjes in bed kropen.  Het was dan nog altijd maar 11 uur en toen we buiten kwamen, zag de straat er heel kleurrijk uit, omdat alle toeristische winkeltjes nu open waren.

We gingen op zoek naar het reisbureau van onze contactpersoon Marco Soría, maar dat was blijkbaar verhuisd, maar niemand wist waarheen.  Gelukkig kon iemand ons doorsturen naar het reisbureau van zijn broer en gelukkig kon die ons met Marco in contact brengen.  Hij beloofde dat hij om 14 uur bij ons zou zijn en we waren opgelucht toen hij inderdaad opdaagde.

In de namiddag wandelden we rustig rond (geld wisselen, water en waterzuiveringstabletten kopen,...) en hebben we nog wat geslapen.  Je moet toch altijd wat recupereren van zo'n nachtelijke busrit.

's Avonds gingen we sushi eten met Dagmar en een Zwitserse waarvan we de naam vergeten zijn.  Wat waren ze blij dat ze nog eens Duits konden praten!  We kropen alweer vroeg in bed, in de hoop er zo snel mogelijk weer bovenop te zijn.

donderdag 21 oktober 2010

Villa Candelara - La Paz

We moesten nogal vroeg uit bed, want het plan was om de zonsopkomst in de Salar de Uyuni te bekijken. Om 5 uur maakte de wekker ons wakker en om 5u20 zaten we al in de jeep. Al heel snel zaten we in de Salar de Uyuni. Het was nog donker, maar toch konden we al zien dat het landschap heel spectaculair is. 

De zonsopkomst was heel mooi. Het viel ons op hoe snel de zon hier wel klimt. We konden een enorm grote zoutvlakte zien, enorm wit, met een mooie zeshoekige structuur op de grond. Echt heel bijzonder: voor zover je kan zien, zie je het witte zout.

Zonsopkomst in de Salar de Uyuni.

Onze volgende stop was Isla Inca Huasi, een 'eiland' in de Salar de Uyuni. Het eiland staat vol met enorm grote cactussen. Het was een eindje klimmen tot de top, maar het uitzicht was fantastisch! Langs alle kanten zagen we het witte zout. Toen we terug beneden waren, kregen we een lekker ontbijt (en zelfs Sara kon weer wat eten!).

Isla Inca Huasi.

We stopten in het midden van de Salar, waar we heel leuke foto's namen: de jeep op Sara haar hand, ik op Sara haar hand, Sara onder mijn voet, ... We reden verder tot 'Ojos del Salar', waar er wat water te zien was, waar lucht naar boven borrelde. Daar in de buurt was er ook een zouthotel, volledig op en in zout gebouwd.

In de Salar de Uyuni.

Voor we in Uyuni aankwamen, bezochten we nog het 'cementerio del trenos', een echt treinenkerkhof. Er stonden tientallen oude treinen, de ene al meer vervallen dan de andere, sommige met graffiti (formules van Einstein en Newton).

Het treinenkerkhof van Uyuni.

In Uyuni bedankten we eerst onze gids Pedro en namen we afscheid van Brian. Bij 'Todo Turismo' gingen we dan onze bustickets naar La Paz betalen. Helaas, ze bleken niets te weten van onze reservatie. Gelukkig waren er nog enkele plaatsen vrij, dus hadden we toch nog tickets. Ook Dagmar kocht een ticket naar La Paz op dezelfde bus. 

Nadat we onze bustickets hadden, gingen Dagmar, Sean, Sara en ik nog wat rondwandelen in Uyuni. We bezochten het plaatselijk marktje. Sean keerde nog terug naar San Pedro de Atacama en vertrok dus al wat vroeger. Toen Dagmar, Sara en ik nog iets gingen drinken, kwamen we Brian tegen, volledig gewassen. We mochten nog een tijdje in de zetels in het hostel van Brian zitten en naar de fotootjes kijken. Rond 19u vertrokken we dan naar het kantoor van 'Todo Turismo'. Na het inleveren van de bagage, konden we de bus op.

De bus was opnieuw zeer comfortabel, maar de weg helaas niet... De eerste uren werden we enorm door elkaar geschud, We zaten net naast het toilet en de deur vloog nogal vaak open. Ik probeerde die dan altijd maar zo vlug mogelijk terug dicht te gooien. De bus rammelde langs alle kanten, zodat het nogal moeilijk was om in slaap te vallen.

woensdag 20 oktober 2010

Hualla Jara - Villa Candelara

Het was wat vervelend om op te staan om 7u, want de nacht was - gezien het gerommel in mijn darmen en de bijhorende diarree - niet echt een succes.  We waren allemaal in bed gekropen met thermisch ondergoed, pyjama, sokken, slaapzak en een hoop dekens, en tegen de ochend begon het toch wat warm te worden.

Na 8u vertrokken we met de jeep voor een erg lange rit.  De eerste stop was bij de "arbol de piedra", een rots in de vorm van een boom.

De 'Arbol de Piedra'.

Even later stopten we bij een rotsformatie waarop we een vizcacha zagen zitten.  Dit beestje lijkt op een groot konijn met de staart van een eekhoorn en is familie van de chinchilla.

Een Vizcacha.

We kwamen ook nog langs vier meren (verrijkt met het giftige borax) met redelijk veel flamingo's.  Ik blijf het vreemd vinden om deze beestjes in het wild te zien.  Bij het 3e meer aten we, maar ik kwam helaas niet verder dan een paar stukjes tomaat.

Een flamingo.

Na de meren volgde nog een lange rit over "wegen" die verschrikkelijk stofferig waren.  Soms was het moeilijk om te zien en we moesten ervoor zorgen dat de raampjes van de jeep op tijd dichtgedraaid werden.

Tijdens het laatste lange stuk zette Pedro zijn muziek op: Engelse "smartlappen", gevolgd door de Spaanse vertaling.  Hilarisch!

Tenslotte kwamen we aan bij een hostel, dat volledig uit zoutblokken bestond.  We kregen onze kamers toegewezen en daarna kregen we thee. 

De gids was een beetje ongerust over mijn toestand en schoof me al zijn persoonlijke voorraad cocabladeren toe.

Daarna is iedereen gaan rusten, want dat konden we wel gebruiken.  Ik ben pas na het eten weer opgestaan, omdat ik was wakker geworden van muziek.  We konden - tegen betaling - een douche nemen, maar daar zagen we het nut niet van in, aangezien alles zo droog en stofferig was.  Tegen 19u werd de elektriciteit aangezet, maar veel hebben we er niet van genoten, want we gingen vroeg slapen.

dinsdag 19 oktober 2010

San Pedro de Atacama - Hualla Jara

Om 5u40 werden we wakker omdat we water hoorden stromen. Blijkbaar had onze douche besloten om automatisch aan te springen. Nadat ik de douche had uitgezet (wat niet eenvoudig was), konden we nog tot 6u50 verder slapen. Toch was de kraan nog niet volledig dicht. 

Om 7u10 konden we genieten van een ontbijt in ons hotel en iets na 8u vertrokken we met een busje naar Bolivië, samen met Brian en Sean. Op de bus maakten we kennis met elkaar. Sean is een ultraloper en had vorig weekend nog een wedstrijd van 80 kilometer gelopen in de woestijn rond Santiago (in 9 uur tijd!). We waren nog maar net San Pedro de Atacama uit of we kregen al een grenscontrole (en stempel) van Chili.

We bleven maar klimmen en de omgeving werd mooier en mooier. De Licancabur-vulkaan had daar veel mee te maken. Na een tijdje kwamen we aan bij de Boliviaanse grens. Echt niet te geloven! Een kleine barak en een slagboom, meer was er niet te beleven!

De grensovergang tussen Chili en Bolivië.

We kregen een toegangsstempel voor Bolivië en konden onze bagage uit de bus nemen en op de jeep zetten. Er stond ook een enorm vervallen bus, om de grensovergang nog vreemder te maken. Toen we stonden te wachten, zagen we een Andes-vos, eerst veraf, later heel dichtbij.

Een Andesvos aan de grens tussen Chili en Bolivië.

Onze eerste stop in Bolivië was Laguna Blanca, een enorm mooi meertje, met reflecties van de vulkanen. Daar pikten we Dagmar op, een Duitse die daar al een uurtje stond te wachten. We reden verder naar Laguna Verde, maar we hadden pech, want er was bijna geen wind en dan ziet Laguna Verde er zo groen niet uit. In de twee meren zaten flamingo's. 
 
Het wondermooie Laguna Blanca.

Tijdens de rit zagen we veel vicuña's, zelfs heel dicht bij ons. Het landschap is echt betoverend hier, een beetje zoals IJsland, maar dan met een stralend blauwe lucht. Eigenlijk is het landschap niet te beschrijven, je moet het gezien hebben om te geloven. Echt niet te geloven dat je op 4800 meter hoogte nog grote vlaktes hebt, met nog bergen tot 6000 meter!
 
Vicuña's.

De volgende grote stop was Aguas Calientes, waar we naar het toilet konden gaan, konden genieten van het mooie weer en wat konden zwemmen in een warmwaterbad. Heerlijk warm en heel speciaal om te zwemmen op 4800 meter hoogte. Toen we uit het bad kwamen, was het eventjes koud, maar al bij al viel het nog mee.

Het warmwaterbad in Aguas Calientes.

Iets later kwamen we bij Sol de Mañana, een geiserveld. Zeer spectaculair! Vele rookpluimen, brubbelende modderpoelen, de stank van rotte eieren, fantastisch! De volgende stop was onze slaapplaats in Hualla Jara. Daar konden we lekker eten en wat rusten (en naar het toilet gaan).
Sol de Mañana, een geiserveld.

Na het slaapje reden we naar Laguna Colorada. Alweer een heel mooi, rood gekleurd meer met een heleboel flamingo's. 

Laguna Colorada.

Flamingo's in de meren.

Toen we terug aan onze slaapplaats kwamen, dronken we een coca-thee en maakten we het gezellig in de invallende duisternis. We kregen vele straffe verhalen te horen van de andere reizigers. 

Na een soepje en een spaghetti en een heleboel extra straffe verhalen, kropen we in bed voor onze nacht op 4200 meter hoogte. We sliepen alle 5 in één kamer. We dachten allemaal dat het extreem koud zou worden, dus hadden we veel warme kleren aangetrokken.

maandag 18 oktober 2010

Calama - San Pedro de Atacama

We hadden er een bewogen busrit opzitten, toen we om 6u (het was nog donker) in Calama toekwamen.  Eerst was er dus de panne en om 3u moesten we allemaal met al onze spullen van de bus af voor een controle.  Nauwelijks een uur later zaten we alweer op de bus, nu naar San Pedro de Atacama.  Hoewel de rit maar een uurtje duurde, hebben we toch allebei wat geslapen.  We merkten na onze aankomst al snel dat het leven in Chili 's morgens wat trager op gang komt, want de meeste winkeltjes en reisbureaus openen pas rond 10u - 10u30.  We zochten snel een overnachtingsplaats en merkten dat de prijzen hier een heel stuk hoger liggen.

Het kerkje van San Pedro de Atacama.

We trokken iets anders aan en gingen op verkenning.  De eerste souvenirs zijn gekocht: een nieuwe rugzak voor mijn schatje en een brede sjaal voor mij (om mijn schouders tegen de zon te beschermen).  In het reisbureau kregen we wat meer uitleg over de rondrit door de Salar de Uyuni en we wisten alweer voor ons tweetjes korting te versieren met mijn studentenkaart.  Maar dan de betaling!  Die moest gebeuren in Chileense peso's en dus gingen we op zoek naar een bankautomaat.  Kaartje erin, verwerking gebeurd en de automaat blokkeert... met de kaart erin.  Nadat windows terug was opgestart, kwam de kaart er gelukkig terug uit, maar het was toch even schrikken.

Het stadje loopt ook vol met honden, die zo tam zijn dat je er soms eentje moet redden van de overrijding en dan ben je hun beste vriendje natuurlijk. San Perro de Atacama...

We waren blij dat we nog eens op internet konden om de thuisblijvers op de hoogte te brengen van onze avonturen.  Na de middag hebben we ons op ons bedje gelegd en nog goed geslapen, vooraleer we om 16u naar de Valle de la Luna vertrokken.  Bij de Valle de la Muerte keken we eerst in de verte naar de vulkanen (o.a.  Licancabur) en wandelden we door een oeroude maar prachtige rivierbedding.  We waren omgeven door steile rotswanden, die - door de voortdurende seismische activiteit - vervaarlijk kraakten.

Valle de La Luna.

Daarna reden we naar de "Tres Marias", een rotsformatie die een biddende Christus met drie Maria's voorstelt.  Van de derde Maria blijft niet veel meer over dan de voeten, omdat er in 2006 iemand een steen naar gesmeten heeft.  Sindsdien moet je ook betalen om al dat moois te zien.

De 'Tres (?) Marias'.

Tot slot reden we nog naar de "Great Dune", waar we een zanderige helling opstoven om naar de zonsondergang te kijken.  Het ging niet zozeer om de verkleuring van de hemel, maar wel om die van het landschap.  De Licancabur was de laatste vulkaan die het zwakker wordende zonlicht zag verdwijnen.

De zonsondergang vanop de 'Great Dune'.

We hadden graag nog gebleven om de hemel te zien verkleuren (en eigenlijk ook nog om de sterrenhemel te bewonderen), maar we moesten alweer de bus op naar San Pedro de Atacama.  Daar maakten we ons gereed voor het avontuur dat morgen begint : de rit door de zoutvlakte van de Salar de Uyuni in Bolivië.

We moesten 's avonds alweer vaststellen dat warm water pure luxe is, want de douche was echt véél te koud om ons te wassen.  Gelukkig stond er een warm bedje op ons te wachten.