Translate

zaterdag 13 november 2010

Lima - Roosbeek

Om 7u30 zou de taxi voor de deur staan, maar in het hostal hadden ons verzekerd dat er om 7u stipt al ontbijt ging zijn.  Alleen moesten ze om 7u20 nog naar de winkel om brood, dus het was een ontbijt in de rapte.  Onze malariapillen werden doorgeslikt met veel te hete thee (en een verbrande tong).  De taxichauffeur was nogal gehaast (het was drukker dan verwacht) en we werden geflitsts aan 80km/u waar we 60km/u mochten rijden.  In de luchthaven van Lima kochten we nog een boek over Manú; erg duur, maar de jungle was erg indrukwekkend. 

Op het vliegtuig naar Miami bekeken we de foto's en filmpjes die ik tijdens de reis had gemaakt.  De filmpjes zijn niet bepaald van hoogstaande kwaliteit (het is moeilijk om een stabiel filmpje te maken in een schodderende jeep of boot), maar het geeft wel een idee.

Tijdens het dalen naar Miami hadden we een goed zicht over de Everglades, de monding van een rivier van een 60-tal km breed.  Vergeleken met vorige keer, geraakten we vrij snel door de controle en we hadden nog veel tijd om bij de gate naar Wims foto's te kijken, toch voor een deel althans.  Het drong nog meer tot ons door dat we een prachtige en onvergetelijke reis hadden gemaakt, eentje om te koesteren.

Toen we op het vliegtuig richting Londen stapten, konden we nog niet direct slapen, omdat we nog een avondmaal kregen.  Daarna gingen onze schoenen onherroepelijk uit en installeerden we ons om te slapen.  We werden wakker toen het ontbijt werd opgediend en even later landden we in Londen.  Daar moesten we ongeveer 6u wachten.  We vonden het dus niet zo erg dat we met vertraging waren toegekomen en dat er veel volk aan de security stond (die trouwens inefficiënt verliep).  Voorbij de controle slenterden we wat rond en gingen we van de ene boekenwinkel naar de andere.  's Middags aten we sushi, maar het was erg moeilijk om wakker te blijven.

De vlucht vanuit Londen duurde nauwelijks drie kwartier, maar er was heel even hevige turbulentie, waarbij de theepotten in het rond vlogen.  In Zaventem konden we snel onze rugzakken bemachtigen en even laten sloten onze ouders ons in de armen.  Ze hadden ons duidelijk gemist (en wij hen ook).  Bij ons thuis stond er lekkere spaghetti op ons te wachten.  Daar hadden we echt zin in!

vrijdag 12 november 2010

Cuzco - Lima

We hadden de wekker gezet om 8u30, maar iets na 6 lagen we al wakker. Uiteindelijk zijn we iets na 7 opgestaan. We maakten eerst onze valiezen en gingen dan ontbijten.

Na het ontbijt gingen we geld wisselen en 3 flessen Pisco inslaan in de supermarkt. Daarna kuierden we wat rond door Cuzco, bezochten nog een marktje, kochten we een mooi tafeldoek, alpacasokken, nog een fles pisco en een knuffel-lama. We bezochten ook nog wat boekenwinkels, maar we konden niet echt een goed (én betaalbaar) boek over Manu vinden.

Iets voor 12 uur gingen we dan eten. We dachten naar dezelfde pizzeria te gaan als op 31 oktober, maar die was blijkbaar gesloten. We zochten dan maar een andere pizzeria en vonden er uiteindelijk één (nadat we waren binnengelokt in een ander restaurant waar bleek dat ze de pizza's van hun menu toch niet konden klaarmaken). De pizza en de bijhorende pisco sour waren heel lekker. 

Om 13 uur namen we de taxi naar de luchthaven. Daar werden we omgeboekt naar een vroegere vlucht, dus vertrokken we al om 14u35 in plaats van 15u20. Op de vlucht kregen we een drankje en een snack en konden we naar grappige filmpjes kijken. 

In Lima namen we de taxi naar Lex Luthor's House, waar we een meer luxueuze kamer kregen dan vorige keer. We trokken nog snel Miraflores in, voor het donker werd. Daar zochten we een bank, haalden we nog wat geld af en gingen op zoek naar eten. We vonden een straatje vol met restaurants en merkten dat ze hier nog harder proberen je het restaurant in te lokken. We vonden een restaurantje, met gratis Pisco Sour. We waren terug in Lex Luthor's House voor het donker werd. We installeerden ons op bedje en kropen er vroeg in. Het was nogal moeilijk om te slapen, want er was enorm veel lawaai in het hostel.

donderdag 11 november 2010

Paititi - Cuzco

Alweer had het de hele nacht geregend en was het gestopt toen we om 6u30 opstonden.  Het gekwaak van de kikkers had vrijwel de hele nacht geduurd en ook 's morgens was het nog volop aan de gang.  Aangezien we zouden terugkeren naar de grote hoogte had ik maar voor de zekerheid diamox ingenomen, maar dat zorgde er wel voor dat ik veelvuldig was moeten opstaan om naar het toilet te gaan.  Ook hier gold dezelfde procedure: schoenen checken en kijken of er geen slangen in de badkamer zaten.  Natuurlijk hadden we er niet direct aan gedacht dat er licht was in de slaapkamer.  Na het ontbijt kropen we in de boot voor een halfuurtje, tot in Atalaya.  Daar namen we afscheid van de twee bootmannen en werden wij, de gids en de kokkin opgepikt door een monovolumewagen.  Dat was al een betere grootte dan de bus van de eerste dag.

Squirrel monkey.

Aangezien het 's nachts zo geregend had, lag de weg er op sommige plaatsen erg slecht bij en dreigden we onszelf vast te rijden in de modder.  De ene keer moesten we uitstappen om de auto lichter te maken, de andere keer voelden we dat we nog nauwelijks grip hadden op de modderige ondergrond.  We hadden toch meer geluk dan vorige keer, want we geraakten overal door.  Alleen een beetje raar dat mensen hier moeten rondrijden met een houweel in hun koffer... voor als de weg versperd zou zijn.

Veel diertjes lieten zich niet zien in het vochtige weer, behalve een grote groep "squirrel monkeys" en een coati (een soort wasbeer) die haastig de weg overstak, zo snel dat hij zelfs aan de aandacht van de gids was ontsnapt.

Gray-headed tapaculo.

Het was een lange rit in de auto en het grootste deel liep over hobbelige, onverharde wegen.  Op een gegeven moment moesten we een tijdje wachten, omdat er wegenwerkers aan de slag waren.  Een keer op de verharde baan, werd het al snel erg druk en het was moeilijk om weer te wennen aan al die mensen en het warrige verkeer.

Gelukkig wachtte er ons in het hostel een warme douche, die ontzettend veel deugd deed, ook al was het water niet superwarm en was de straal niet bepaald krachtig te noemen.  Het douchegordijn verdiende nauwelijks die naam en leek meer op Brugse kant dan op iets dat het water moest tegenhouden.  Na onze douche stond de badkamer dan ook volledig onder water.

We trokken - proper gewassen - naar de Plaza de Armas voor een lang verwachte pisco sour en een lekker maaltje.  Daarna keerden we terug naar het hostel en kropen we in een lekker zacht, normaal bed.  En nee, geen slangen in de badkamer; alleen maar water.

woensdag 10 november 2010

Boca Manu - Paititi

Deze nacht werden we een paar keer wakker. Eerst was er een kindje hard aan het wenen net naast onze kamer, we moesten een paar keer naar het toilet (met kaarsjes deze keer, want onze zaklamp vinden we niet meer) en de laatste keer werden we wakker door een enorm onweer.

Toen we om 6 uur gingen ontbijten was het alweer gestopt met regenen. Iets voor 7 uur zaten we alweer op de boot richting Paititi. We zagen niet zo veel diertjes meer, maar wel nog een groep slapende Red Howler aapjes boven in een boom. We zagen ook twee toucans die de eieren van de Oropendula aan het stukmaken waren. We zagen ook nog enkele Roseata Spoonbill. 

De nesten van de Oropendula en een geïnteresseerde Toecan.

Rond 12 uur kwamen we aan bij de warmwaterbronnen. Het deed deugd om ons eens te kunnen onderdompelen in het water. We roken zwavel en konden genieten van een (te) warm bad in het midden van de jungle.  

Genieten van de warmwaterbronnen.

Toen we weer vertrokken, werd de lucht steeds dreigender en donkerder. Iets later begon het dan ook enorm hard te regenen en het bleef regenen. De rivier werd ook steeds wilder, maar gelukkig hadden we een goede bootman die ons rond 16 uur veilig afzette in Paititi. Hier hadden we voor het eerst sinds enkele dagen weer een badkamer op onze kamer (met een toilet mét bril). We rustten wat uit en om 19 uur hadden we een lekker maaltje. Na het eten kropen we direct in bed. 

dinsdag 9 november 2010

Otorongo - Boca Manu

We konden wat uitslapen vandaag, want we werden pas om 7u voor het ontbijt verwacht.  Het had toen al uren geregend en er stonden overal grote plassen.  We vreesden al dat we niet naar de observatietoren zouden kunnen gaan, maar gelukkig hield het op met regenen en viel er alleen maar water van het gebladerte naar beneden.  Na het ontbijt gingen we dus toch op pad. De mooie paddenstoel die gisteren zo snel tevoorschijn was gekomen, was alweer verdwenen.

Sprinkhaan.

Plots hoorden we in het struikgewas iets dat op gesnurk leek en we moesten muisstil verder wandelen.  De gids vertelde ons dat er even verderop  een jaguar moest zitten.  Mooie beestjes, maar je wilt ze liever niet tegekomen als je in de jungle rondwandelt.  De gids was er toch ook niet gerust in, want hij wandelde voort met zijn hand op zijn mes.  Met ingehouden adem schoven we voetje voor voetje door de jungle en we waren opgelucht toen we de jaguar  even later de andere kant hoorden uitgaan.  We hebben veel geluk gehad dat de jaguar lag te slapen (hij had waarschijnlijk de hele nacht gejaagd of een schuilplaats gezocht voor de regen) en dat de "wooly monkeys" hem hadden doen opschrikken en in feite hadden verjaagd.  Het ging om een grote groep aapjes, die wild van de ene boom naar de andere slingerden.  Naar boven turend, keerden we een heel eind op onze stappen terug en we genoten van de acrobatenstreken van de aapjes.

Groene aphaninga.

Toen we uiteindelijk weer verder stapten in de richting van de observatietoren, trapte de gids bijna op een slang.  Het was een klein exemplaar dat daar als versteend zat, en gelukkig was het geen giftige soort.  De gids verjoeg ze en we bereikten uiteindelijk de toren.  Het was daar nu veel beter uit te houden.  Aan de ene kant hadden we zicht op het Otorongo-meer en aan de andere kant zaten we in de kruinen van de bomen.  Veel diertjes zagen we jammer genoeg niet en even laten kwamen ze ons vertellen dat we al moesten terugkeren naar Boca Manu, omdat er 7 toeristen vastzaten met hun boot wegens motorpech.  We keerden terug naar de kampplaats en namen de boot terug naar Boca Manu.  Onderweg raakte de propeller van de boot wat beschadigd in ondiep water, maar we konden onze reis verderzetten.  We kregen nog een toucan en een witte kaaiman te zien.

Ara's.

Vlak na de middag kwamen we dan toe in Boca Manu, in dezelfde lodge als tijdens de 2e nacht.  Na het middageten was er nog wat tijd om te rusten, alvorens we zouden gaan wandelen.  Intussen bleek ook dat er al een andere oplossing was gevonden voor de gestrande reizigers.

Tijdens de wandeling moesten we door een diepe plas waden en onze laarzen waren maar net hoog genoeg.  Veel beestjes zagen we niet, maar we zagen wel allerlei fruitsoorten: papaya, ananas, avocado, citroen,...  De yucca waar ze maniok van maken, bleek ook iets helemaal anders te zijn dan dan yucca-plant die we thuis hebben staan. De gids liet ons ook proeven van pacay, een soort peulvrucht: je moet zuigen op de zoete bonen en daarna spuw je ze uit.  Ik vond het maar vies.

Na de wandeling aten we en kropen we in bed.

maandag 8 november 2010

Otorongo

Deze nacht moesten we twee keer naar het toilet en in de jungle is dat toch altijd een beetje spannend. Eerst de lamp zoeken, dan controleren of er geen beesten op het muskietennet zitten, kleren met lange mouwen aantrekken, controleren of er geen dieren in onze laarzen zijn gekropen, laarzen aantrekken, goed rondkijken terwijl we naar het toilet wandelen, toiletten controleren op slangen en andere beesten en dan pas kan je naar het toilet gaan.

Om 6 uur werden we aan het ontbijt verwacht. We waren alle twee nog een beetje moe. Na het ontbijt kropen we opnieuw in de boot om naar het Salvador meer te varen. We waren nog niet lang vertrokken, toen Carlos begon te roepen dat hij twee jaguars in de rivier zag zwemmen. De snelheid van de boot werd opgedreven en iets later zaten we heel dicht bij twee baby-jaguars. Heel schattige zwemmers! Op de oever hoorden we de mama-jaguar roepen. Al heel snel kropen de baby-jaguars uit het water, het dichte woud in. 

Een jaguar van heel dichtbij!

Voor we bij het Salvador meer aankwamen, moesten we nog een beetje door de jungle wandelen. Daar zagen we een groepje wilde zwijnen (natuurlijk was er ook een baby-zwijntje bij). Blijkbaar zijn dit de gevaarlijkste dieren in de jungle, omdat die in groep iedereen durven aanvallen. Bij het meer stapten we in een catamaran en begonnen we onze zoektocht naar de reuzenotters. De catamaran werd ooit gebruikt door National Geographic. In plaats van de reuzenotters, zagen we eerst een bioloog in een kayak, maar die was wel op zoek naar de otters. Eerst zagen we de reuzenotters in het water, af en toe aan het smullen van een vis (piranha). Soms waren ze echt aan het schreeuwen, waarschijnlijk omdat we iets te dicht kwamen. Op een bepaald moment begonnen ze heel hard te roepen op één van hun vriendjes die kwam aanzwemmen. Iets later zaten de reuzenotters uit te rusten op een boomstam. Toen pas konden we zien hoe groot die reuzenotters echt zijn. In totaal zagen we tien otters in de familie. 

Reuzenotters.

We keerden terug naar Otorongo, nadat we nog konden genieten van een match voetbal tussen de Machiguenga en onze bootmannen, waar we aten en wat rustten. 

In de namiddag gingen we naar de observatietoren, maar het was intussen zo warm geworden dat ik helemaal nat was van het zweet. Ook de dieren vonden het blijkbaar te warm, want we zagen bijna geen beestjes (1 aapje). Ook de gids vond het veel te warm en we besloten terug te keren. Op de terugweg zagen we een heel mooie, maar giftige paddenstoel. Toen we terugkwamen, aten we en gingen we vroeg slapen. 

Een bijzondere paddenstoel.

zondag 7 november 2010

Boca Manu - Otorongo

Om 6u kregen we als ontbijt een lekker omeletje met kaas en daarna nog een rijkelijke schotel fruitsla met vers fruit (banaan, appel, mandarijn en veel papaya).  Een uurtje later zaten we alweer op de boot.  We verlieten de Madre de Dios en voeren de Manu-rivier op.  We passeerden zelfs de plaats waar die gevaarlijke inboorlingen leven, maar daar hebben we gelukkig niks van gemerkt.

Ara's.

Op onze boottocht naar Otorongo kwamen we veel vogels en andere dieren tegen, die we gisteren ook al hadden gezien, maar nu nog meer prachtige macaws.  We zagen opnieuw twee capybara's, maar deze keer was er een baby-exemplaar.  Het is volop het moment van de jonge diertjes in de jungle, want we zagen ook nog een kleine black spider monkey en een kleine red howler monkey.  Die spidermonkeys zijn trouwens zotte beestjes, zoals die door de bomen slingeren.  Je vindt deze dieren nog een best door te zoeken naar bomen die plotseling fel bewegen.  De schildpadden vind je door grote zwermen vlinders te zoeken.  Die vlinders halen immers hun mineralen uit het zweet van de schildpadden.

Schildpadden, genietend van het zonnetje.

En zweten, dat deden wij ook van zodra we van de boot kwamen, want dan viel de warmte echt op ons.  We willen echter lange mouwen en lange broekspijpen aandoen om ons te beschermen tegen de insecten.

Leaf cutter ants.

Tegen de middag meerde de boot aan op een plaats, waar ik nooit een camping zou verwachten.  Maar er was er wel degelijk één.  Het waren allemaal een soort tent met twee bedden met een muskietennet.  We konden onze spullen in onze tent leggen en dan al meteen gaan eten.  De soep was verschrikkelijk warm, dus na het eten had niet alleen onze buitenkant maar ook onze binnenkant te warm.

Iets na 14u vertrokken we met onze gids voor een wandeling door de jungle.  Hij drukte ons op het hart dat we moesten oppassen voor slangen en spinnen en zo, en dat we goed moesten kijken eer we ergens aankwamen.

Op de foto voor de ficus.

We stapten langs het Otorongo-meer en speurden naar otters, helaas zonder succes.  Wel zagen we in de verte een zwarte kaaiman (al hopen we nog een aantal exemplaren van dichterbij te kunnen zien).  Volgens dat dit het beste moment was om diertjes te zien, viel het een beetje tegen, al waren we natuurlijk blij met de brown capucin monkey en de vogels (vooral macaws) die we te zien kregen.  Ook spectaculair waren de enorm grote bomen.

Iets na 18u waren we terug op de kampeerplaats, dus op de terugweg begon het al donker te worden.  Daarmee koelde het gelukkig wat af en lieten de muggen ons wat meer gerust.

Na het avondeten bespraken we de plannen voor morgen en overliepen we de lijst van waargenomen dieren.  Toen we de tent binnengingen, zat er een muis op de tafel.  Ze was doodsbang en we kregen ze niet vast, maar uiteindelijk sprong ze van de tafel en ontsnapte ze onder de deur.  Toen gingen we slapen.

zaterdag 6 november 2010

Pilcopata - Boca Manu

Om 6u30 stond er voor ons een lekker ontbijtje klaar, met een spiegeleitje. Tijdens het ontbijt was het tamelijk fel aan het regenen. We gooiden onze spullen op de bus en trokken te voet weg, op zoek naar vogeltjes. We trokken over een brugje en al snel zagen we de eerste vogels: verschillende tanagers, macaws (eerst ver weg, later ook dichterbij) en de gids zag zelfs een toecan. Het lukte ons vandaag duidelijk beter om de vogeltjes te zien.

Op zoek naar vogeltjes.

Na een tijdje pikte de bus ons op en reden we voort. Iets verder gingen we opnieuw te voet verder op zoek naar vogeltjes. Een volgende stop was bij een kleine familie waar ze een coca-plantage hebben. We zagen daar een klein wild varkentje en ze hadden daar ook twee macaws. We mochten de macaws op onze hand nemen voor een foto, maar bij mij kroop die direct in mijn nek.
Een Macaw in mijn nek.

We kropen terug in de bus, maar na een tijdje moesten we stoppen omdat een vrachtwagen zich had vastgereden in de modder. We sprongen dus opnieuw uit de bus op zoek naar vogeltjes. Na een tijdje wandelen, begon het steeds donkerder en donkerder te worden en hoorden we het donderen. Iets later begon het te regenen en keerden we terug. De vrachtwagen was intussen weg geraakt, maar het was zo slecht geworden dat onze bus er niet meer door kon. We konden gelukkig verder met een camionnetje dat er verschrikkelijk uit zag. Een wonder dat het nog kon rijden! Het begon steeds erger te regenen. Wij konden vooraan zitten, maar onze gids kroop achteraan in de kofferbak. 

Aangekomen in Atalya.

Toen we aankwamen in Atalaya was het echt enorm hard aan het regenen. Overal ontstonden modderige riviertjes op de weg. Uiteindelijk werd het iets minder en stapten we op onze boot : een lange platte boot, met een plaats of 6 en gelukkig een afdak. We vertrokken op de 'upper Madre de Dios' en haalden een mooie snelheid. Toch zouden we nog een uur of 6 op de boot moeten zitten. We gingen opnieuw op zoek naar diertjes. Dat is nogal vermoeiend om steeds geconcentreerd zitten rond te kijken, dus kregen we het op een gegeven moment allebei nogal moeilijk om wakker te blijven. We zagen al snel enkele mooie vogels: 'egrets', 'herons', gieren, enkele roofvogels. We kregen ook eerst één, dan twee en dan nog eens twee capybara's te zien. Blijkbaar zijn die niet zo gemakkelijk te vinden. 

Twee Capybara's.

De rivier werd iets rustiger, maar er waren wel massa's bomen waar we moesten rond slalommen. We stopten eventjes in het dorpje Diamante en daar zagen we een aapje over een van de daken lopen, in een boom kruipen en iets later ook aan de elektriciteitskabels slingeren. 

Na 20 minuutjes kwamen we aan in Boca Manu, een dorpje met enkele huisjes rond een voetbalplein. Daar zouden we elektriciteit hebben van 18 tot 21 uur, maar blijkbaar was er hier ook een probleem met de generator, dus hadden we opnieuw avondeten bij kaarslicht. Om 21 uur kropen we in bed.

vrijdag 5 november 2010

Cuzco - Pilcopata

Het was een erg korte nacht, want om 4u40 ging de wekker alweer.  Iets voor 5u belde onze gids Carlos al aan bij het hostel.  Het was noodzakelijk om vroeg te vertrekken voor onze tocht door de jungle, omdat er een stuk weg enkel 's morgens vroeg en 's avonds laat toegankelijk is wegens werken.

Onze eerste stop was rond 8u in een klein dorpje, waar we konden ontbijten.  We hadden dan toch al wat kunnen rusten in de bus.  We zaten met ons tweetjes alleen op de bus met de gids, de kokkin en de chauffeur.  Na een tijdje hielden we halt in Paucartambo, een klein en moeilijk bereikbaar dorpje, dat ieder jaar in juli opleeft tijdens het feest van de Virgen de Carmen.  Vanuit het hele land (en vanuit Bolivië) komen de mensen afgezakt om er te dansen in hun kenmerkende kostuums.  We liepen met de gids door dit dorpje, passeerden langs een bakker en kregen bij de fontein uitleg over de verschillende kostuums tijdens de festiviteiten.

Fontein in Paucartambo.



De bus reed langs hobbelige, bochtige wegen en stilaan zakten we af naar het nevelwoud.  Toen we het nationaal park van Manú binnereden, stopte de bus en kregen we bij het informatiepaneel meer uitleg, o.a. overe de verschillende zones en leefgemeenschappen.  Blijkbaar zijn de inboorlingen er klein en mager (ideaal om in de jungle te overleven), op één stam na die zich agressief gedraagt t.o.v. indringers.


Welkom in het nationaal park van Manu.

We hielden geregeld halt langs de kant van de weg om een wandeling te maken en het gebladerte af te speuren naar vogels.  De gids moest in het begin echt alles aanwijzen en zelfs dan nog was het niet evident  om de gevonden vogels zelf in het vizier te krijgen (en door de verrekijker was het al helemaal een ramp).  Gelukkig kregen we heel wat mooie vogels te zien en op de duur konden we ze zelf vinden ook.  O.m. de quetzal en de havik met de witte keel passeerden de revue.

Andean silverspot.

We stopten aan een wachttoren, waar we een 7-tal mannelijke rotshaantjes konden bewonderen, die met dans en geluid een vrouwtje dat lager in het struikgewas zat, probeerden te versieren.  Uiteindelijk dook één geluksvogel naar beneden en kon de echte paringsdans beginnen.

De nationale vogel van Peru: het rotshaantje.

De reis per bus ging voort (al staken we op een bepaald moment even vast) en rond 18u30 kwamen we toe in de lodge in Pilcopata.  Elektriciteit was er niet, maar kaarslicht is zo gezellig.  Het was wel moeilijk om nog een uur wakker te blijven voor het eten.  Op de bus hadden we ook al een paar keer moeite moeten doen om niet in te dutten.

Tijdens het eten vertelde de gids dat er geen elektriciteit was, omdat er een hevige regenbui de rivier had doen overstromen en de turbine was weggespoeld.

We kropen tegen 21u in bed om toch een beetje slaap in te halen.  Tegen dan hadden ze de sleutel van de kamer toch al teruggevonden.  Ze waren eerst al afgekomen met een grote bos sleutels, maar gelukkig hadden ze de goede sleutel toch nog ergens liggen.

donderdag 4 november 2010

Wiñaywayna - Machu Picchu - Cuzco

Toen we deze nacht een sanitaire stop maakten, konden we de weg wel gemakkelijk vinden. Op het onmenselijk vroege uur (3u30) maakten de dragers ons wakker. Ik hoorde de dragers al van enkele tenten verder komen, Sara lag nog lekker te slapen toen de dragers aan de tent kwamen schudden.
 
Na het inpakken van de valiezen, zaten we om 4 uur aan de ontbijttafel. Vandaag was de eerste dag dat we niet zoveel honger hadden, dus aten we alleen een pannenkoek. Toch vertrokken we pas om 5u15 voor onze tocht naar Machu Picchu. Vijf minuutjes later stonden we al in de file, want er was een controlepost die maar om 5u30 openging. We stapten stevig door op een niet zo moeilijk paadje. Af en toe was het bewolkt en af en toe konden we beneden in het dal Aguas Calientes zien liggen.

Wolken en af en toe zon op weg naar Machu Picchu.

Na 50 minuutjes kwamen we toe in Inti Punku, de zonnepoort. Tijdens het winter-solstitium schijnt de zon door de zonnepoort naar de zonnetempel in Machu Picchu. Toen we aankwamen in Inti Punku, was het heel nevelig in de vallei, dus van Machu Picchu was niets te zien. We zochten ons met David en Victoria een mooi plaatsje, met uitzicht op de mist. Er zaten heel wat mensen te hopen dat de wolken zouden optrekken en dat we toch iets zouden kunnen zien van Machu Picchu. Heel spannend, een beetje gelijkaardig aan de sfeer tijdens (of voor) een zonsverduistering. Terwijl er meer en meer mensen van onze groep toekwamen, zagen we soms de bergen (of toch een stukje ervan) aan de overkant van de vallei en soms weer alleen mist. Uiteindelijk, vergezeld van veel geroep en applaus, begonnen te wolken op te trekken en konden we eerst nog in de wolken, daarna beter en beter, Machu Picchu zien. Een magisch moment! Na drie dagen stappen, zagen we eindelijk ons einddoel. We vonden direct dat Machu Picchu er groter uitzag dan we hadden verwacht. We wandelden verder naar beneden en zagen steeds beter hoe groot Machu Picchu eigenlijk wel is.

Plots zien we Machu Picchu tussen de wolken!

Een half uurtje later stonden we bij Machu Picchu. We konden al direct een heleboel mooie fotootjes maken. Daar wachtten we nog wat op de rest van de groep en namen dan onze groepsfoto. Daarna trokken we naar de ingang van Machu Picchu, waar Sharleen ons zat op te wachten. Zij was bij het begin van de tweede dag ziek geworden. Daar kregen we wat tijd om naar het toilet te gaan en om een stempel in onze reispas te zetten. Daarna kregen we een heel interessante uitleg door Bruno, onze gids. We zagen stockageplaatsen, terrassen, huisjes, tempels, een zonnewijzer en enkele 'markt'plaatsen. Allemaal heel indrukwekkend en bijzonder!

Machu Picchu!

Rond 11u15 waren we klaar met de rondleiding en namen we afscheid van de gids. Vanaf dan hadden we een vrije namiddag.

Wij begonnen aan de beklimming van de Wayna Picchu! De beklimming was enorm steil. Gelukkig waren er soms kabels gespannen, zodat we ons konden vasthouden. Na 35 minuutjes stonden we al boven, ook al doe je er volgens The Rough Guide 1 uur over. Op de top hadden we een prachtig uitzicht op het zonnige Machu Picchu (en dat in het regenseizoen!). 25 Minuutjes later stonden we weer beneden.

Het uitzicht vanop Wayna Picchu.

De laatste halte op Machu Picchu was de wachttoren. Vandaar hadden we het uitzicht dat je op bijna alle postkaarten ziet. Vandaar gingen we naar beneden en namen we de bus naar Aguas Calientes. Die was tamelijk duur, maar aangezien er geen auto's rijden en er dus ook geen benzine kan gebracht worden, is dat wel te begrijpen. In Aguas Calientes aten we onze buikjes vol en dronken we een lekkere Pisco Sour. Daarna gingen we wat winkelen.

Om het vuil wat van ons af te spoelen, gingen we op zoek naar de warmwaterbronnen. Op de weg daar naar toe, kwamen we David en Victoria tegen, die met ons meegingen. Het water was lekker warm en we waren blij dat we een hele tijd konden weken.

Daarna gingen we terug naar Aguas Calientes, op zoek naar het station. Het station lag niet, zoals we verwachtten bij de spoorlijn door het dorpje, maar een stuk hoger. We moesten eerst door een artisanaal marktje passeren om aan het station te raken. De trein was zeer luxueus en bracht ons op 1u40 in Ollantaytambo, zodat we daar om 21u15 aankwamen. Op de trein kregen we iets te eten en te drinken. In het station was het zeer druk, maar na een tijdje vonden we uiteindelijk een jongetje dat ons naar de bus bracht. We stonden helaas niet op de lijst met namen, maar blijkbaar was dat geen probleem. Toen we in Cuzco aankwamen, gingen we naar ons hotel, namen we onze bagage en genoten we van een deugddoende douche.. Om 0u40 kropen we in bed.

woensdag 3 november 2010

Pacaymayo - Wiñaywayna

We werden alweer om 5u30 wakker gemaakt met een tas cocathee.  Terwijl we die leegdronken, maakten we ons klaar voor het ontbijt (een lekker omeletje) en de lange dag die er zat aan te komen.

Vroeg opstaan...  Net gewekt met een tas cocathee.

Tegen 7u trokken we de berg op en halverwege stopten we bij de archeologische site Runkurakay.  Deze plaats diende als wachttoren en om boodschappen door te sturen en eventuele passanten onderdak te bieden voor de nacht.  Dit gebouw had de vorm van het rituele mes van de Inka's, dat werd gebruikt om dieren te offeren.

Runkurakay.

Runkurakay.  De vorm van het offermes is duidelijk herkenbaar.

We wandelden verder naar boven en passeerden enkele meertjes.  Na van het mooie uitzicht te hebben genoten, daalden we af naar Sayacmarca.  Dit waren huizen waar de Inka's vroeger - op weg naar Machu Picchu - rituele baden konden nemen om hun lichaam te zuiveren.

Rond de middag kwamen we toe op een camping, waar we alweer  lekker aten.  Daarna volgden we een tof paadje (95% Inka) en kwamen we bij Pahupatamarca, een observatorium van de Inka's.

Daarna mochten we verder stappen op ons eigen tempo.  We konden kiezen tussen een korter pad dat rechtstreeks naar de kampeerplaats ging, en een omweg die via terrassen passeerde.  Aangezien we al zoveel hadden moeten wachten, kozen we voor het lange pad en dan nog waren we bij de eersten.  We moesten wel even zoeken naar de plaats voor onze groep, want het was daar nogal ingewikkeld, met paadjes die naar boven gingen en anderen die dan weer bergaf gingen.  Gelukkig was het nog niet donker toen we toekwamen.

Terrasje doen...

Tegen 17u30 zakten we af naar het hoofdgebouw voor onze portie cocathee met popcorn.  Je kon er ook andere dranken kopen en de Amerikanen schoten al meteen in het bier.  Ons leek dat een slecht plan, dus hielden we het bij thee.  Toen ik naar het toilet ging, bleek het daar vol te zitten met vlinders, sommigen zo groot als een hand.  Dus ik maar foto's trekken, wat voor enige hilariteit zorgde.

Hiervoor neemt een mens toch een fototoestel mee naar het toilet?

Na de thee zijn we niet meer weggeraakt uit die goede tuinstoelen, dus we bleven maar zitten tot het avondeten, een lekker buffet (ook al was het eten niet zo warm).

Daarna was er nog een kleine ceremonie voor de dragers, want het was toch nodig om deze sterke mannen te vieren.

Groepsfoto naar de ceremonie voor de dragers.

We kropen na deze viering de tent in, al was het even zoeken naar de kampplaats.  Gelukkige wisten enkele reisgenootjes wel de juiste richting en daarna verraadden de stemmen van onze Zweedse buren de positie van de tent.

dinsdag 2 november 2010

Wayllabamba - Pacaymayo

Toen we 's nachts naar het toilet gingen (ook al was dat gesloten) zagen we een wondermooie sterrenhemel. Veel konden we niet herkennen, maar we zagen wel heel duidelijk de grote Magelhaense wolk. Om 5u30 werden we gewekt door de dragers, die met een kopje coca-thee voor de tent stonden. Tegen 6 uur kregen we een enorm uitgebreid ontbijt: de meest vloeibare havermoutpap ooit gezien, gevolgd door zeer voedzame pannenkoeken.

Iets voor zeven begonnen we aan de zwaarste dag van de Inka-trail. Het eerste stuk, tot aan het controlepunt, ging al goed naar boven. Dit stuk liepen we nog met de ganse groep samen. Na het controlepunt werden we losgelaten en konden we ons eigen tempo stappen. Al van in het begin vormden David, Victoria, Sara en ik een groepje. De rest zouden we pas op het einde terugzien.

Het pad voor vandaag.

Het eerste deel viel al bij al nog mee. Het pad steeg goed, maar af en toe was er een stukje vlak, ideaal om te recupereren. Al heel snel bereikten we de eerste rustplaats en van daar werd het heel wat moeilijker. Nergens was er nog een stukje vlak te vinden. Hier kregen we ook een heleboel trappen. De trappen waren natuurlijk van het verkeerde formaat: nu eens te hoog, dan weer te laag. We passeerden door mooie bossen en de paadjes waren heel mooi (voor zover we daar van konden genieten). Af en toe zagen we een kolibri vliegen. Uiteindelijk kwamen we aan het tweede 'rust'punt. We waren heel blij dat we al zo hoog waren geraakt. Hier begon het opnieuw te regenen, ook al hadden we iets daarvoor nog zon.

Klimmen op de Inka-trail.

Het derde en laatste deel van de beklimming vond ik nog het zwaarste. We zagen het pad heel steil omhoog slingeren, er leek geen einde aan te komen. Het werd ook kouder en kouder (vooral aan de vingers). Af en toe zagen we dragers aan de kant zitten, soms liepen ze ons snel voorbij.

Uiteindelijk zagen we de top van de Warmiwañuscca, de Dead Women's Pass. Het bleef enorm steil en het werd steeds moeilijker en moeilijker. Als ik snel enkele trappen na elkaar nam, was het moeilijk om kramp in mijn been te onderdrukken. Uiteindelijk kwamen we zo dicht bij de top dat ik begon te schatten hoeveel trappen we nog moesten doen: 20, 19, ..., 3, 2, 1... oei, we zijn er nog helemaal niet en toen begon ik maar helemaal opnieuw te tellen.
We waren allemaal enorm blij toen we de top hadden bereikt om 10u45. Het regende hard, er stond een felle wind en het was heel koud. We legden dus snel ons steentje op de hoop en begonnen naar beneden te stappen. Opnieuw hadden we verschrikkelijke trappen, maar na een tijdje begon het toch wat minder steil te worden. Het werd ook warmer. Af en toe stormde er ons een drager voorbij. Om 11u50 waren we al aan onze kampplaats, veel sneller dan de gids ons had doen geloven. We waren we heel blij dat we er waren en de rugzak konden neerzetten.
We hadden enorme honger, maar durfden niet echt veel te eten, omdat het middagmaal klaar zou zijn als er 10 mensen waren aangekomen, of ten laatste om 14u. Rond 13u20 begonnen er andere mensen van onze groep toe te stromen. Om 14u30 konden we eindelijk eten. En smaken dat dat deed!

Na het eten kropen we in de tent, losten wat kruiswoordraadsels op en rustten we wat. Om 17u was er opnieuw thee met popcorn en koekjes. Na het eten kropen we opnieuw vroeg in bed.

maandag 1 november 2010

Cuzco - Wayllabamba

Tussen 6u20 en 6u40 moesten we gereed staan aan de basiliek, dus de wekker ging alweer vroeg af (5u50).  Het regende toen we buiten kwamen en Cuzco likte haar wonden na halloween.

Toen we daar om 6u50 nog altijd (in de gietende regen) stonden, werden we toch ongerust en ging ik in het hostel informeren, maar daar hadden ze ook niemand gezien.  Gelukkig merkten we dan tamelijk snel een groep trekkers op.  Blijkbaar waren zij daar gaan schuilen en stond de gids bij hen.

We vonden het wel vervelend dat we uiteindelijk een uur later dan voorzien vertrokken, maar we waren tegelijk opgelucht dat we de start niet hadden gemist.

Na een busrit van een tweetal uur kwamen we toe in Ollataytambo, waar we een dik halfuur werden losgelaten.  Sommigen begonnen te hamsteren, wij schaften ons een wandelstok aan.

Na 40 minuten kwamen we toe in Piskacucho, ook wel bekend als "km 82", het begin van de "Inka Trail".  Hier moesten we met al onze spullen van de bus en kregen we slaapmatjes.  Het liefst waren we gewoon vertrokken, maar we moesten wachten op eten.  In totaal waren er 28 trekkers, 4 gidsen en een leger dragers, dus we zaten eigenlijk gewoon naar elkaar te kijken, zonder dat mensen elkaar leerden kennen.  Eigenlijk verveelde ik mij, maar zonder eten kan je natuurlijk niet trekken.

Het officiële begin van de "Inka Trail" in Piskacucho.

Na een soepje en spaghetti konden we er eindelijk aan beginnen.  We moesten wel nog eerst langs een soort grenspost passeren, waar ons toegangsticket werd gecontroleerd en waar we een nieuwe stempel in onze reisgids kregen, alsof we een nieuw land betraden.

De groep werd niet opgesplitst, maar iedereen mocht zijn eigen tempo volgen en de gidsen pasten zich aan.  Al snel bleken wij vooraan te zitten met twee Zweden, Victoria en David, en we hadden eigenlijk een gids voor ons vieren.

Het pad vandaag was "Inka flat", zoals de gidsen het zo mooi noemen.  Op een paar gemene stukjes bergop na, was het parcours zeer goed doenbaar, zeker omdat we na ieder moeilijker stuk pauzeren en wachten tot de groep weer bijeen is.  Tegen dat de laatsten er zijn, zijn wij alweer op adem gekomen en begint het zweet langzaam af te koelen.  En zweten hebben we wel gedaan.  Af en toe begon het te regenen en dan deden we onze poncho en waterafstotende broek aan, maar daar krijg je al snel te warm in.  Gelukkig konden die warme spullen na een tijdje toch uitgetrokken worden.
Onderweg konden we genieten van de mooie natuur (orchideeën, kolibri's,...) en verbaasden we er ons opnieuw over dat de koeien hier gewoon vrij rondlopen.

We kwamen ook langs een oude nederzetting van de Inca's, Llactapata, de grootste nederzetting die we zullen tegenkomen op ons pad, buiten Machu Picchu zelf.  We waren hier al danig van onder de indruk.  Er moeten hier ongeveer 180 mensen geleefd hebben.  Het dorpje strekte zich uit over de oever van de Urubamba en kon volledig in eigen onderhoud voorzien: terrassen werden gebruikt voor landbouw en de huizen keken erop uit.  De oogst (maïs, coca en aardappels) werd opgeslagen in opslagruimtes die door de wind natuurlijk werden gekoeld.

Llactapata.

Rond 17u30 kwamen we toe op de kampeerplaats, waar de dragers al alle tenten hadden opgesteld.  Dat voelde wat onwennig.  Die mannen lopen op ongeschikt schoeisel het pad af, geladen met tenten, eten, kookgerief, vouwtafels en krukjes; ze stellen de tenten op, maken eten,...

"Room" with a view.

Kort na de verdeling van de tenten was er al thee met koekjes en popcorn, en we kropen allemaal gezellig samen in de eettent.  Daarna moesten we nog een uurtje proberen wakker te blijven in het donker, alvorens er kon gegeten worden.  Na een soepje en een kippenboutje, kregen we zelfs nog een dessertje, gelatine met een perziksmaakje en een koekje bovenop, maar dat vond ik maar vies.  Daarna kropen we in onze tent, maar hier moesten we niet zoveel lagen aandoen als in de Cordillera Real.

zondag 31 oktober 2010

Cuzco

Gelukkig hadden we 12 uur om te slapen, want we werden nogal gestoord. Eerst was er een of ander concert op de Plaza de Armas en aangezien ons hotel nogal dicht bij lag, konden we de muziek dus horen. Later begon het (hard?) te regenen en konden we de regen heel goed horen. Rond 1 uur was er dan een bende Spaanstaligen die nogal veel lawaai maakte in de buurt van onze kamer.

Optocht in Cuzco.

Toen we opstonden, dachten we dat het intussen zomertijd was geworden in Peru, maar blijkbaar doen ze in Peru niet mee met de zomertijd en was het dus nog maar 8 uur in plaats van 9 uur. Toen we na het ontbijt nog wat gingen winkelen, zagen we dat er een grote optocht bezig was op de plaza de Armas : militairen, politie, vlaggen die werden opgetrokken, fanfare en heel veel groepen van mensen (van een school) en iedereen die op de maat van de muziek marcheerde (of dat toch probeerde). Leuk om eens mee te maken. Nadat we genoeg hadden gezien van de optocht, kochten we een panfluit, wat souveniertjes en 2 boeken. We gingen tamelijk vroeg eten (forel en pasta, met natuurlijk een Pisco Sour).

In de namiddag trokken we te voet naar Sacsayhuaman, door smalle, (heel) steile straatjes. In 30 minuutjes stonden we boven (ook al is de geschatte tijd volgens The Rough Guide 40 minuten). Het toegangsticket was enorm duur, maar we kregen wel een indrukwekkende Inka-ruïne te zien : Enorm hoge muren, gemaakt van enorm grote, perfect in elkaar passende stenen. Het is echt wel enorm groot en we konden dus wel een tijdje genieten. We hadden daar ook een prachtig uitzicht over Cuzco. Nadat we alles hadden gezien, gingen we nog naar een enorm groot Christusbeeld kijken in de buurt.

Sacsayhuaman.
Daarna stapten we nog naar Qenko, een andere Inka-ruïne. Deze is veel minder indrukwekkend, maar zeker en vast de moeite waard! Het is eigenlijk een heel grote rots, maar je kan binnenstappen in verschillende kleine gangetjes, waar hier en daar perfecte 'tafels' waren uitgekapt. Via een steil weggetje keerden we terug naar ons hotel.

Qenko.

Om 18 uur vertrokken we om iets te gaan eten en we trokken onze ogen nogal open. Overal liepen kinderen die verkleed waren... Het was Halloween en dat wordt duidelijk serieus gevierd in Cuzco. We vonden een gezellige pizzeria, met een witte oven in de vorm van een kerkje.

Om 19 uur kregen we in het reisbureau meer uitleg over de Inka-trail (vertrek om 6u20) en onze trip in de jungle (vertrek om 5u). Na een douche kropen we vroeg in bed.
 

zaterdag 30 oktober 2010

Cuzco

Buiten een nachtelijke controle om 1u30 - meer schijnvertoning dan iets anders - hadden we een rustige busrit en konden we zelfs wat slapen.  We kregen geen kussentje of dekentje, maar gelukkig had ik nog het dekentje van American Airlines, waar we ons onder konden nestelen.

Om 4u ging het licht onherroepelijk aan, toen we in Cuzco aankwamen,  Het was nog pikdonker en veel te vroeg om naar de stad af te zakken.  We zetten ons dan maar in de wachtzaal, waar alle maatschappijen hun bustickets trachten te verkopen.  Ze verkopen die bustickets zoals ze bij ons prei verkopen op de markt.  Vrouwen met de meest irritante stemmen roepen een waslijst van bestemmingen af, en het gaat over en weer.

Zicht op de Plaza de Armas.

Van zodra de zon op was en het licht begon te worden, trokken we met onze rugzak in de richting van de Plaza de Armas.  Enorm veel taxichauffeurs probeerden ons ervan te overtuigen dat wandelen geen goed plan was, maar wij hadden liever dat ze ons gerust lieten met hun getoeter.
Iets na 6u kwamen we toe in het hostel, al waren we eerst nog verzeild geraakt in een minder propere buurt van de stad.  Op zo'n vroeg tijdstip en als je zo moe bent, kan je daar al minder mee lachen.

Onze kamer was jammer genoeg nog bezet, dus trokken we de stad in voor een lekker ontbijtje (het was al van gisterenmiddag geleden dat we nog gegeten hadden) en daarna probeerden we onszelf wakker te houden met de idiootste artikels uit de "boekskes" eerst.

De straten van Cuzco.

Na een coca-theetje konden we rond 9u30 onze kamer in.  We namen een douche (het was moeilijk om het water warm te krijgen) en kropen we nog anderhalf uur in bedje.  Daarna stonden we met veel moeite op en verwenden we onszelf met een lekkere maaltijd op de Plaza de Armas.

Aangesterkt door het eten slenterden we nog doelloos rond in Cuzco (al kochten we ons een lekker zachte trui), maar het werd steeds moeilijker om wakker te blijven.  Onderweg naar het hostel vroegen ze zelfs of we geen cocaïne nodig hadden.  Toegegeven, we zagen er belabberd uit en het leek er ongetwijfeld op dat we een verzetje nodig hadden.

We hebben nog een tijdje puzzels (zelfs een doorloper) zitten oplossen, maar tegen 20u hielden we het toch voor bekeken.

vrijdag 29 oktober 2010

La Paz - Cuzco

We mochten opnieuw vroeg uit ons bedje, want tussen 7u en 7u20 zou de bus ons komen ophalen. Om de een of de andere reden konden we het tweede deel van de nacht (vanaf 3 uur) niet meer goed slapen. Rond 7u15 kwam de bus ons ophalen en reed toen nog een eind door La Paz, om andere toeristen op te halen. Daarna stopte de bus aan de busterminal, waar er nog een heleboel mensen opstapten. Uiteindelijk vertrokken we om 8u15. We moesten opnieuw, net als gisteren en net als bij het vertrek van de trektocht in de Cordillera Real, door het veel te drukke El Alto.

Lago Titicaca.

Het was een lange rit, soms met mooie uitzichten op de Andes en na een tijdje ook op het Titicaca-meer. We kwamen tamelijk veel herdersvrouwtjes tegen langs de kant van de weg.

Rond 11 uur moesten we allemaal van de bus stappen en overstappen op een bootje, de bus werd met een grotere boot overgezet. Om 12 uur kwamen we dan eindelijk aan in Copacabana. Daar werden we opgewacht door iemand van het reisbureau die ons naar het restaurant bracht. Daar aten we (voor de derde dag op rij) dé specialiteit in de buurt van het Titicaca-meer : forel! Na het eten hadden we nog eventjes de tijd om het kerkje (één van de belangrijkste bedevaartsoorden van Zuid-Amerika) te bezoeken.

De bus wordt overgezet.

Om 13u30 vertrok onze boot naar Isla del Sol. Wij zaten boven op het dek, waar het nogal koud was, want het was volledig bewolkt. Ook al ligt Isla del Sol maar 15 kilometer van Copacabana, toch deed de boot er 1u30 over. In de buurt van Isla del Sol zagen we de toppen van de Andes, heel mooi!

Isla del Sol.

Op Isla del Sol moesten we eerst 250 Inca-trappen opwandelen om tot bij de bron van de eeuwige jeugd te raken. Toen we boven waren, merkten we dat de gids een heel stuk achter zat. Daarna klommen we nog een beetje hoger, waar we een mooi uitzicht hadden op Isla de la Luna, waar vroeger alleen vrouwen woonden. Op de terugweg stopten we nog bij de tempel van de zon, waar de drie hoogste bergen het begin van de seizoenen aanduiden met behulp van een poort.

Zonsondergang bij het Titicaca meer.

Tijdens het terugkeren kwam de zon er iets meer door, wat voor een mooi lichtspel op het water zorgde. In Copacabana namen we om 18u30 de bus naar Puno. We zaten al zeer snel aan de grens met Peru. De overgang verliep zeer vlot. Net voor de grens zagen we een heel mooie zonsondergang boven het Titicaca-meer. We sliepen wat op de bus en om 20u30 kwamen we (30 minuten te laat) aan in Puno.

Het was verschrikkelijk druk in het busstation, maar uiteindelijk konden we toch een bus naar Cuzco boeken met Tour Peru. Om 22u30 zaten we in de luxebus en konden we vertrekken naar Cuzco. 

donderdag 28 oktober 2010

Uitstap naar Tiwanaku

Het probleem van vannacht was niet meer dat de grond te hard was, of de wind te fel woei, maar dat iedere positie zo zalig goed lag ("l'embarras du choix").

In elk geval stonden we om 8u op de stoep en werden we even later opgepikt door een camionette, die ons naar Tiwanaku zou brengen.  Het viel ons al snel op dat één van onze medereizigers de hele tijd filmpjes zat te maken met zijn fototoestel, van de idiootste dingen eerst.  En het zou nog erger worden ter plaatse: hij zou de mensen van hun sokken lopen om toch maar te kunnen filmen, ook al was dat soms expliciet verboden.  We konden dus maar moeilijk ons gegniffel onderdrukken, toen zijn batterij het stilaan begon te begeven.

Tiwanaku.

Het eerste object dat we te zien kregen, was een enorme monoliet (8m hoog): een afbeelding van een figuur, die wederkerigheid symboliseerde.  Onze gids vertelde dat je dat kon zien aan de "verkeerde" rechterhand (of had die figuur twee linkerhanden?).  Er waren ook nog allerlei inkervingen gemaakt, waarvan misschien een te westerse interpretatie werd gegeven.  Dat de zonnewenden en solstitiën werden aangeduid, daar konden we nog inkomen, maar dat zo'n oude beschaving met 12 maanden en 365 dagen én schrikkeljaren werkte...

De zonnepoort in Tiwanaku.

Daarna passerden we langs het museum voor keramiek, waar sommige stukken nogal krukkig stonden opgesteld op etagères uit isomo.  Vervolgens gingen we naar de Akapana-piramide, die we vlotjes opkropen, maar waar verder niet veel aan te zien was.  Spectaculairder was het Kalasasaya-complex, een ommuurde tempel, waar belangrijke astronomische tijdstippen konden worden afgelezen bij een mooi versierde zonnepoort.  Er stond daar ook nog een vrij intacte en mooie monoliet, gemaakt uit vulkanisch gesteente.

Na de lunch (waarbij de Columbiaan ongegeneerd het eten opat van andere mensen) trokken we nog snel naar Puma Punku, even verderop, waar enorm zware stukken steen (soms gepolijst) lagen.  De gids was hier nogal gehaast en al snel zaten we terug op het busje naar La Paz.

Onderweg stopten we nog even om foto's te maken van de stad.  De vallei en de omringende hellingen zijn volledig volgebouwd en in de verte zie je de besneeuwde bergtoppen.  Een verzicht vol contrasten, waarvan het moeilijk is om te zeggen of het mooi of lelijk is.

De bergen in de omgeving van La Paz.

Terug in onze kamer, namen we de tijd om onze kaartjes te schrijven.  We pikten onze was op en stuurden nog een mailtje, vooraleer we gingen eten.  Dat was niet echt een succes, want de lasagne was koud vanbinnen en de muziek was een ramp: te opzwepend om te eten, te vals en bovendien viel ze constant uit.  Ik was blij dat we daar weg waren.  Na een deugddoende douche, kropen we in bedje.

woensdag 27 oktober 2010

Huayna Potosi - La Paz

Rond 2u15 slopen we uit onze tent, voorbij de gids, uit het huisje naar buiten om de toiletten te bezoeken. Het was duidelijk al een paar dagen na volle maan, want we zagen een heel mooie sterrenhemel, met de Magelhaense wolken en nog wat andere neveltjes.

We zouden ontbijten om 7u30, maar om 6u50 riep Ramiro ons al wakker. We hadden iets beter geslapen in de tent in het huis, maar toch nog altijd niet echt goed. Het was wel een heel stuk warmer, maar de grond was nog niet zacht genoeg.

Prachtige omgeving bij onze slaapplaats.

Toen we opstonden, was de lucht super-blauw. Het bijna-onweer van gisteren was dus heel ver weg. Om 8 uur vertrokken we voor het laatste deel van onze trektocht, een tocht van 2 uur, volgens Ramiro toch. Het eerste deel was een zware beklimming op de flanken van Huayna Potosi. Het was dus nogal zwaar, maar we zagen wel steeds nieuwe, mooie uitzichten van Huayna Potosi.

Genieten van de Huayna Potosi.

Na een dik uurtje waren we boven op de pas van 5050 meter en konden we beginnen aan de afdaling, volgens ons dus nog 50 minuutjes. Helaas bleven we maar afdalen, soms moesten we opnieuw een beetje stijgen. Ramiro begon ook steeds meer om te kijken en trager te stappen. We dachten dat hij niet meer wist waar hij was. Maar uiteindelijk, om 10 uur 45 kwamen we aan op een plaatsje waar ook onze rugzakken stonden, deze keer afgeleverd door moto's in plaats van ezeltjes.

Genieten van de mooie natuur en van elkaar.

Dit diertje had zich verschanst onder een steen.
Na een snelle hap, vertrokken we rond 11u30 naar La Paz. Ook al was het maar 20 kilometer tot La Paz, toch duurde het heel lang voor we er waren. Uiteindelijk kwamen we in El Alto, de armere buurt van La Paz. Het ziet er inderdaad nogal arm uit en de huisjes zijn niet van de mooiste, maar al bij al lijken de mensen heel gelukkig. Op veel plaatsen lag de weg opgebroken en waren ze aan het werken. Na een tijdje kwamen we aan bij het huis van Ramiro. Daar stonden zijn vrouw en zoontje hem op te wachten. Hij gooide zijn spullen uit de auto en reed verder met ons tot in La Paz. In La Paz boekten we hetzelfde hotel dat we voor de trektocht hadden, gingen we water bijvullen (want we hadden wat te weinig water mee), zochten het kantoor van American Airlines (om onze terugvluchten te bevestigen), kochten we Boliviaanse armbandjes en vonden we zelfs de post. We namen een heerlijke, deugddoende douche en bekeken onze post op internet.

's Avonds dronken we een lekkere Pisco Sour en aten we een heerlijke forel op Indische wijze. We kropen vlug in bedje.